Vermoeidheid aanpakken bij fibromyalgie en de vertraagde terugslag doorbreken

De uitputting bij fibromyalgie werkt anders dan gewone moeheid. Je zenuwstelsel verbruikt de hele dag energie aan pijn en prikkels. Je nacht vult maar een deel van dat verbruik aan. En de klap van een drukke dag valt vaak pas een of twee dagen later. Door die vertraging is je gevoel op het moment zelf een slechte maat voor wat je aankunt. Wie dat mechanisme kent, kan zijn dag anders indelen en doseren op de klok in plaats van op gevoel.

Een aanpak van de vermoeidheid begint pas nadat een arts andere oorzaken heeft nagekeken. Deze tekst geeft algemene informatie over fibromyalgie, geen persoonlijke diagnose of behandeladvies. Bloedarmoede, een traag werkende schildklier, een tekort aan vitamines en slaapapneu (kort stoppen met ademen in je slaap) geven ook langdurige moeheid en vragen een eigen medische beoordeling. Maak een afspraak bij je huisarts als je moeheid nieuw is, in korte tijd toeneemt of samengaat met afvallen, koorts, nachtzweten of kortademigheid.

Rust nemen en blijven bewegen zijn de twee adviezen die het vaakst klinken bij fibromyalgie. Allebei kloppen ze. Wat ze openlaten, is de vraag hoeveel je doet, wanneer je stopt en waarop je die keuze baseert. Daar zit het knelpunt, want de maat die iedereen gebruikt, je eigen gevoel op het moment zelf, loopt achter op wat je systeem werkelijk verbruikt.

De uitputting zelf heeft een lichamelijke basis. In de wetenschappelijke literatuur geldt fibromyalgie als een aandoening van de centrale pijnverwerking, waarbij vermoeidheid, slaapklachten en geheugen- en concentratieproblemen naast de pijn tot het kernbeeld horen.1 Vermoeidheid is dus onderdeel van de aandoening zelf. De volledige uitleg waaróm dat systeem zoveel energie kost, staat in waarom fibromyalgie zo uitputtend is; hier gaat het over wat je met dat verbruik doet.

Waar je energie naartoe gaat op een gewone dag

Je energie verdwijnt bij fibromyalgie langs drie kanalen tegelijk. Overdag verwerkt je zenuwstelsel prikkels versterkt, wat doorlopend energie kost. Je lichaam schakelt daarna traag terug naar rust, dus het verbruik loopt door terwijl je stilzit. En ’s nachts vult je slaap maar een deel aan van wat de dag heeft gekost. Die drie samen verklaren waarom je op een rustige dag toch leeg kunt raken.

Prikkels verwerken kost de hele dag energie

Bij fibromyalgie versterkt het centrale zenuwstelsel, je hersenen en je ruggenmerg, de signalen die binnenkomen. Dat heet centrale sensitisatie. De pijndrempel ligt lager, prikkels worden uitvergroot en de eigen pijnrem van je lichaam werkt zwakker.23 Die versterking geldt breder dan pijn. Ook geluid, licht, geuren en drukte komen harder binnen.

Verwerken is werk. En werk kost energie. Een brein dat het geroezemoes in een supermarkt grotendeels wegfiltert, doet dat vrijwel gratis. Een brein dat elk van die signalen op ernst weegt, is de hele tijd bezig. Daarom kun je thuiskomen van een uurtje boodschappen alsof je een werkdag achter de rug hebt, terwijl je lichamelijk weinig deed. De diepere uitleg over die afstelling staat in centrale sensitisatie.

Dat verwerkingswerk blijft onzichtbaar. Het verklaart een ervaring die voor je omgeving lastig te volgen is. Op een dag waarop je weinig deed, kun je toch helemaal op zijn. Wat je verbruikte, zat in het verwerken zelf. Het gesprek waarin je meerdere stemmen tegelijk moest volgen, het licht in de winkel, de temperatuurwisseling buiten, de pijn die om aandacht bleef vragen. Die posten staan op geen enkel lijstje en tellen wel degelijk mee. Wie zijn dag wil doseren, moet ze dus meerekenen als belasting, naast de taken die je wél kunt aanwijzen.

Je lichaam schakelt traag terug naar rust

Je autonome zenuwstelsel regelt automatisch je hartslag, je ademhaling en je spanning. Het heeft een actiekant voor inspanning en een rustkant voor herstel. Bij fibromyalgie houdt die actiekant vaker de overhand. In een onderzoek uit 1998 droegen dertig mensen met fibromyalgie en dertig mensen zonder een etmaal lang een hartmonitor. Bij de deelnemers met fibromyalgie lag de hartritmevariabiliteit over de hele dag lager. ’s Nachts overheerste juist de actiekant, terwijl die dan zou moeten zakken. De onderzoekers zagen daarin een mogelijke verklaring voor de slaapklachten en de vermoeidheid bij fibromyalgie.4

Hartritmevariabiliteit is de kleine wisseling tussen twee hartslagen, een maat voor hoe soepel je lichaam schakelt tussen spanning en rust. Ligt die laag, dan blijft je systeem in een verhoogde stand hangen. Voor je dag betekent dat iets heel praktisch. Rust slaat bij jou langzamer aan dan bij een ander. Je gaat zitten en je lijf staat nog een tijd door.

De nacht vult maar een deel aan

Herstel gebeurt voor een groot deel in de diepe slaap. Bij fibromyalgie raakt juist die fase opgebroken, waardoor je ’s ochtends met een achterstand begint. Hoe zwaar dat weegt, bleek al in 1975. Onderzoekers maakten gezonde proefpersonen een paar nachten lang telkens wakker zodra ze in de diepe slaap wegzakten. Binnen enkele dagen kregen deze gezonde mensen pijnlijke, gevoelige spieren en een sombere, vermoeide stemming, klachten die sterk leken op wat mensen met fibromyalgie dagelijks beschrijven. De onderzoekers vatten het samen als slaap die haar herstelwerk mist.5

Het gevolg voor je energie is direct. Je begint de dag met een halfvolle voorraad. Na een zware dag heb je juist méér herstel nodig dan gemiddeld. Hoe die nachten precies verlopen, staat in slaap die te weinig herstelt.

Schema met twee kolommen dat laat zien wat je energie aanvult (goede slaap, rustmomenten, ontspanning, plezier en steun, gedoseerd bewegen) en wat haar verbruikt (taken en klussen, drukte en prikkels, stress en zorgen, pijn en spanning, te veel ineens), met de balans daartussen.

Figuur 1. Wat je energie aanvult en wat haar verbruikt. Bij fibromyalgie valt de aanvoerkant kleiner uit en de verbruikskant groter dan je van een gewone dag zou verwachten.

Aan alle drie de kanalen valt iets te doen. En dat hoef je niet alleen uit te zoeken. Bij Praktijk Vincerò werk ik met mensen aan precies deze drie punten, complementair aan de zorg van je huisarts, reumatoloog of pijnpoli. Je zenuwstelsel leert rustiger reageren met hypnotherapie, ontspanning en mindfulness. Je dag deel je opnieuw in met ACT en cognitieve gedragstherapie. Wil je weten wat dat voor jouw week zou betekenen, plan dan een vrijblijvende kennismaking.

Waarom de klap pas een dag of twee later valt

De vertraging tussen inspanning en terugval is een van de lastigste eigenschappen van fibromyalgie. Je doet iets op maandag, de klap volgt op woensdag. Tegen die tijd ligt het verband allang minder voor de hand. Drie processen zorgen samen voor die vertraging.

Het eerste is dat je aan een inspanning begint terwijl je systeem al werk verzet. De verhoogde prikkelverwerking loopt de hele dag door, dus een uitje start met een deel van je energie al besteed.

Het tweede is dat prikkels bij fibromyalgie optellen. Komen ze snel achter elkaar, dan versterken ze elkaar en zakt de reactie langzamer weg dan gebruikelijk.2 Een drukke middag telt daardoor zwaarder dan de losse momenten bij elkaar. De rit erheen, het lawaai, het gesprek, de warmte en het staan stapelen zich op tot iets wat groter is dan de som.

Het derde is de nacht erna. Je systeem staat ’s nachts al vaker in de actiestand4 en je diepe slaap is opgebroken5, dus juist wanneer je extra herstel nodig hebt, is de aanvulling het kleinst. Zo neem je het tekort mee naar de volgende dag. En de dag daarna nog een keer. Op dag twee is de stapel groot genoeg om je plat te leggen.

Tijdlijn over vijf dagen die laat zien hoe de energie na een drukke dag verloopt: een drukke dag op dag 1, een dip die een tot twee dagen later valt, dagen plat en daarna een langzaam herstel richting het gewone niveau.

Figuur 2. De terugslag komt met vertraging. Op het moment zelf gaat het meestal nog, de klap valt een dag of twee later en het herstel kruipt daarna langzaam terug.

Voor de praktijk heeft die vertraging één grote consequentie. Tijdens de inspanning krijg je een signaal dat veel zwakker is dan de uiteindelijke kosten. Je gevoel meet de belasting van dít moment, terwijl de belasting zich pas over de uren en de nachten erna optelt. Wie afgaat op “het gaat nog wel”, stopt structureel te laat. Daarom ligt je grens eerder dan je lijf je op het moment zelf vertelt.

Waarom het herstel daarna zo lang duurt

Een tekort opbouwen gaat sneller dan het inlopen. Bij een systeem dat normaal herstelt, haalt één goede nacht het grootste deel van een zware dag eruit. Bij fibromyalgie levert diezelfde nacht maar een deel van dat herstel, doordat de diepe slaap opgebroken raakt.5 Wat blijft liggen, schuift door naar de nacht daarna, die opnieuw gedeeltelijk aanvult. Zo verloopt het herstel in dagen in plaats van in uren. Dat verklaart ook waarom uitrusten ná de klap zo weinig snelheid maakt. Vooraf doseren levert bij dit patroon meer op dan achteraf inhalen.

Hoe dit zich verhoudt tot ME/CVS

Wie over ME/CVS heeft gelezen, herkent hier iets in. Daar staat post-exertionele malaise centraal, een forse verergering van klachten ná inspanning, vaak met een dag vertraging en een herstel dat onevenredig lang duurt. Fibromyalgie en ME/CVS delen waarschijnlijk een deel van hun mechanisme, een overgevoelig en ontregeld centraal zenuwstelsel. Ze komen ook vaker samen voor dan toeval verklaart.6

Gelijkenis blijft iets anders dan gelijkheid. Bij ME/CVS weegt de klap na inspanning veel zwaarder en geldt hij als kerncriterium. Wat je precies hebt, valt onmogelijk uit je eigen terugslag af te leiden; dat oordeel hoort bij je huisarts of specialist. Het verschil en de overlap staan in fibromyalgie en ME/CVS. Praktijk Vincerò behandelt geen ME/CVS en claimt daar geen deskundigheid in.

Waarom pieken en instorten de klachten aanjaagt

Op een dag dat het meevalt, ligt inhalen voor de hand. Het huis, de tuin, alle boodschappen, eindelijk weer eens iets leuks. Dat patroon heet boom-bust, oftewel pieken en instorten. Het is een van de sterkste motoren onder aanhoudende klachten.

De cirkel loopt als volgt. Pijn maakt bang. Angst voor pijn zet aan tot vermijden. Je doet minder, beweegt minder, trekt je terug. Je lichaam verliest daardoor conditie. Een lichaam in mindere conditie doet eerder pijn bij dezelfde inspanning.7 Op een goede dag ga je vervolgens over je grens en stort je in. Na die terugval durf je nog wat minder. Elke ronde maakt de ruimte waarbinnen je veilig kunt bewegen een stukje smaller. De volledige cirkel met al zijn schakels staat in de cirkel van pijn, angst en vermijden.

Twee dingen maken dit patroon bij fibromyalgie extra hardnekkig. Tijdens het overschrijden krijg je nauwelijks waarschuwing, want de kosten komen later. En na de klap volgt vaak een streng oordeel over jezelf, terwijl je lichaam eenvoudigweg met vertraging reageert. Dat oordeel kost op zijn beurt energie en voedt de angst die de cirkel strakker trekt.

Grafiek die twee lijnen vergelijkt: een schommelende boom-bust-lijn die telkens over de energiegrens schiet en daarna instort en een gelijkmatige gepacede lijn die net onder de grens blijft met rust ingebouwd.

Figuur 3. Pieken en instorten tegenover een gelijkmatige lijn. Wie net onder zijn grens blijft en rust inbouwt, houdt over de weken meer over.

Waarom doseren op de klok wel aangrijpt

Pacing betekent dat je je energie bewust over de dag en de week verdeelt en stopt op een afgesproken moment. Het verschil met “rustig aan doen” zit in waar je dat moment op baseert. Bij pacing bepalen de klok en het plan wanneer je stopt, in plaats van je gevoel of de pijn. In de revalidatie heet dat tijdcontingent werken.

Dat principe is buiten de zorg heel gewoon. Een vrachtwagenchauffeur neemt zijn verplichte pauze op de klok, ruim voordat hij zich moe voelt. Die regel bestaat juist omdat vermoeidheid zich pas meldt als ze al te ver is opgelopen. Bij fibromyalgie speelt dezelfde vertraging, alleen over dagen in plaats van uren.

Doseren op de klok grijpt op drie punten tegelijk aan. Het haalt de crashes weg die de cirkel telkens opnieuw voeden. Het gunt je systeem de terugschakeling die het uit zichzelf moeilijk maakt, doordat de rust komt terwijl de spanning nog laag staat. En het laat je lichaam ervaren dat een vaste, behapbare hoeveelheid activiteit veilig is, waardoor je die hoeveelheid stap voor stap kunt uitbreiden.

Dat laatste punt verdient uitleg, want daar zit de winst op langere termijn. Het fear-avoidance-model beschrijft twee routes na pijn. Wie vermijdt, houdt de angst in stand en verliest conditie. Wie de activiteit juist in kleine stappen opzoekt, ziet die angst over de tijd afnemen.7 Doseren op de klok maakt die tweede route begaanbaar, doordat je je activiteit loskoppelt van hoe je je op dat moment voelt. Je lichaam krijgt dan telkens dezelfde ervaring. Een afgesproken hoeveelheid, gevolgd door rust, zonder de crash die de angst bevestigt.

Over de opbrengst hoort een eerlijk verhaal. Onderzoek naar zelfmanagement bij fibromyalgie en langdurige pijn door het hele lichaam laat verbetering zien in dagelijks functioneren en in pijn. Die winst stond er vlak na de behandeling en een halfjaar later nog. De effecten zijn klein en de bewijskwaliteit is laag, gemeten tegenover geen behandeling of gebruikelijke zorg; naast andere actieve behandelingen was het verschil klein.8 Programma’s die voorlichting of psychologische begeleiding combineren met beweging verlagen op korte termijn de pijn, de vermoeidheid en de sombere stemming. Op langere termijn blijft vooral de winst in fitheid overeind.9 De effecten zijn dus bescheiden. Tegelijk blijft dit een van de weinige knoppen die je zelf in handen hebt. De Gezondheidsraad zet in zijn advies over fibromyalgie voorlichting, beweging en zelfmanagement vooraan in de aanpak, vóór medicijnen.

Je energie verdelen in de praktijk

Drie bouwstenen dragen het meeste gewicht. Het volledige dagplan met stappen en voorbeelden staat in je dag indelen met pacing.

Bepaal je basis op een mindere dag

Je basis is wat je op een gemiddelde dag aankunt terwijl je de dag erna nog overeind staat. Veel mensen ijken die op hun beste dag of op wat ze vroeger konden. Vervolgens gaan ze daar elke dag overheen. Meet hem daarom af aan een mindere dag. Twee weken bijhouden wat je deed en hoe je je twee dagen later voelde, geeft een eerlijker beeld dan je herinnering. Reken erop dat je basis lager uitkomt dan je zou willen. Vanaf een realistisch startpunt bouw je wel op.

Zet je rustmomenten op de klok

Rust werkt het best voordat je leeg bent. Dat is precies het moment waarop hij overbodig voelt. Zet daarom korte pauzes op vaste tijden in je dag, ook wanneer het prima gaat. Een kwartier liggen, even zitten met je ogen dicht of een rustige ademhalingsoefening telt al mee, zolang het op tijd komt. Vijf keer kort rusten kost je minder dan één keer instorten.

Bewaar je energie voor wat telt

Een kleinere voorraad dwingt tot kiezen. Bepaal vooraf waaraan je die dag je energie uitgeeft, knip grote klussen op in stukken van twintig tot dertig minuten en zet zware en lichte taken uit elkaar. Hier wringt het vaak, want rusten en nee zeggen voelen al snel als tekortschieten. Dat gevoel is invoelbaar en het is een slechte raadgever voor je verdeling.

Reken bij dat kiezen ook de prikkels mee. De meeste dagplannen tellen alleen taken, terwijl een druk verjaardagsfeest, een winkelcentrum vol geluid of een lange telefonische wachtrij net zoveel kost als stofzuigen. Hetzelfde overgevoelige systeem verwerkt die prikkels immers. Zet zulke momenten in je planning als een zware post en plan er bewust een rustig dal achteraan. Voor veel mensen is dat het onderdeel dat het meeste verschil maakt, juist omdat het zo makkelijk buiten beeld blijft.

Drie kaarten met de bouwstenen van pacing bij fibromyalgie: ken je basis, plan rust op tijd voordat je leeg bent en kies bewust waar je je energie aan uitgeeft.

Figuur 4. Drie bouwstenen van pacing. Je basis kennen, rust op vaste tijden inplannen en bewust kiezen waar je energie naartoe gaat.

Bewegen opbouwen naast het doseren

Doseren en bewegen horen bij goede pacing bij elkaar. Bewegen is bij fibromyalgie de best onderbouwde aanpak. In de herziene Europese aanbevelingen, opgesteld door een werkgroep uit twaalf landen die 107 systematische reviews en meta-analyses woog, is beweging de enige behandeling met een sterke aanbeveling; alle andere adviezen kregen een zwakke.10 Ook Thuisarts beschrijft de opbouw concreet: maak een schema, wandel telkens een minuutje langer en houd dat vol, ook al doet het pijn.

Die opbouw heet graded activity, oftewel stapsgewijs uitbreiden. Je kiest een hoeveelheid die je ook op een mindere dag volhoudt, bijvoorbeeld vijf minuten wandelen. Uitbreiden doe je volgens je plan in plaats van volgens je dagvorm. Pacing houdt je onder je grens en graded activity verschuift die grens langzaam de goede kant op. Samen vormen ze een gedoseerde opbouw waarin rust en beweging allebei hun plek hebben. Hoe je dat veilig aanpakt, staat in weer leren bewegen.

Waar slaap en spanning je aanvoer raken

Twee dingen bepalen vooral hoeveel er binnenkomt. Slaap is de grootste aanvoerbron. Bij fibromyalgie ligt de winst in de kwaliteit van je nachten, meer dan in het aantal uren. Een vast opstaan-tijdstip, daglicht in de ochtend en een rustig laatste uur voor bed doen daar het meeste. De praktische route staat in beter slapen met fibromyalgie.

Spanning is de stille verbruikspost. Een lichaam dat de actiestand vasthoudt, verbruikt energie terwijl je stilzit.4 Daarom zijn ontspanningsoefeningen meer dan een vaag advies. Ze spreken de rustkant van een echt lichamelijk systeem aan. Ze werken het best als je ze op rustige dagen inoefent, zodat ze op een zware dag vertrouwd aanvoelen.

De stemming telt ook mee in dezelfde rekensom. Depressie is de meest voorkomende bijkomende aandoening bij fibromyalgie. In een systematisch overzicht van eenendertig studies had tot 63 procent van de deelnemers ooit in het leven zo’n diagnose gekregen.11 Somberheid en langdurige spanning kosten zelf energie, wat betekent dat rust voor je hoofd net zoveel oplevert als rust voor je lijf.

Waar therapie het volhouden makkelijker maakt

Pacing verstandelijk snappen kost weinig moeite. Het dag in dag uit volhouden is een ander verhaal. Stoppen terwijl je nog zou kunnen. Rusten zonder schuldgevoel. Mild blijven als de terugslag toch komt.

Daar grijpen cognitieve gedragstherapie (CGT, gericht op de gedachten en gewoonten rond je klachten) en acceptance and commitment therapy (ACT, die je helpt te doen wat voor jou belangrijk is, ook mét klachten) op aan. In een meta-analyse van negenentwintig gerandomiseerde onderzoeken deden ruim tweeduizend vijfhonderd mensen mee. CGT bij fibromyalgie gaf daarin een klinisch relevante winst op sombere stemming, op beperkingen in het dagelijks leven en op vermoeidheid. Mensen verdroegen de behandeling even goed als de aanbevolen medicijnen.12

Nederlands onderzoek voegt daar iets aan toe wat bij dit onderwerp precies past. In een studie van het Radboudumc kregen mensen met fibromyalgie en een hoog risico op blijvende klachten zestien sessies CGT plus bewegingstraining, afgestemd op hun eigen patroon. De onderzoekers onderscheidden doorzetters, die over hun grenzen heen razen, van vermijders, die uit angst steeds minder gaan doen. Die aanpak op maat verbeterde pijn, vermoeidheid, functioneren en stemming. Zes maanden later stond die winst er nog.13 Welk van de twee patronen bij jou overheerst, bepaalt dus mede wat je nodig hebt.

Mindfulness, ontspanning en hypnotherapie richten zich op het spanningsniveau zelf en op de manier waarop je aandacht met pijn omgaat. De Europese aanbevelingen scharen ze onder de zwakke aanbevelingen, wat wil zeggen dat er bewijs is en dat het bescheiden van omvang blijft.10 Ze zijn veilig om te proberen. Een garantie hoort er niet bij. Bij een deel van de mensen zakken de klachten zo ver dat ze de dag minder bepalen.

Wanneer je met vermoeidheid naar de huisarts gaat

Vermoeidheid hoort bij fibromyalgie. Elke verandering in dat patroon verdient toch een medische blik. Maak een afspraak als je moeheid nieuw is, in korte tijd toeneemt of buiten je gewone patroon valt. Laat dan andere oorzaken nakijken, zoals bloedarmoede, een traag werkende schildklier, een tekort aan vitamines of slaapapneu. Thuisarts zet op een rij wat er achter langdurige moeheid kan zitten en wanneer bloedonderzoek zin heeft. Bel je huisarts ook bij ongewild afvallen, koorts, nachtzweten, kortademigheid of hartkloppingen. Legt inspanning je structureel dagen plat, bespreek dat dan apart, met het oog op ME/CVS.

Begeleiding bij een complementaire therapeut komt naast die zorg. Eerst de lichamelijke oorzaken uitsluiten, daarna verder met het verhaal van doseren en een overgevoelig zenuwstelsel.

Vragen die vaak terugkomen

Waarom voel ik tijdens een drukke dag nog weinig en twee dagen later des te meer?

Je begint de inspanning met een systeem dat al energie verbruikt, de prikkels van die dag tellen bij elkaar op en de nacht erna vult minder aan dan je nodig hebt. Die drie stapelen zich over de uren en nachten erna, waardoor de klap vaak pas op dag twee of drie valt. De vertraging maakt het verband onzichtbaar voor je omgeving en soms voor jezelf. De terugslag zelf is er evengoed.

Maakt pacing me op den duur passiever?

Bij goede pacing gebeurt het omgekeerde. Je houdt twee kanten in balans, want te weinig doen kost je conditie en geeft op termijn juist meer pijn.7 Het idee is een haalbare basis vinden en die geleidelijk uitbreiden met graded activity. Beweging blijft de best onderbouwde aanpak bij fibromyalgie.10 Over een hele week krijg je met doseren meestal meer voor elkaar dan met pieken en instorten.

Hoe merk ik dat ik mijn basis te hoog heb gelegd?

Aan de terugslag, vooral aan het patroon erin. Kom je meerdere keren per maand een dag of langer plat te liggen na iets wat op dat moment goed ging, dan ligt je basis boven wat je systeem draagt. Zak een paar weken bewust onder dat niveau, houd je vaste rustmomenten aan en bouw daarna in kleine stappen op. Kijk daarbij naar de lijn over veertien dagen in plaats van naar één dag.

Rusten voelt als tekortschieten. Wat helpt daartegen?

Behandel rust als een geplande taak in plaats van als een beloning die je eerst moet verdienen. Zet hem in je agenda zoals eten en tandenpoetsen erin staan, dan hoef je op het moment zelf minder te onderhandelen met jezelf. Blijft dat schuldgevoel je over je grens duwen, dan is dat precies het punt waarop begeleiding met ACT of CGT verschil kan maken.

Wat veertien dagen bijhouden je oplevert

Jouw vertraging is de enige die telt, en die staat in geen enkele folder. Noteer daarom twee weken lang in twee regels wat je deed en hoe je je twee dagen later voelde. Meer hoeft niet. Na een dag of tien zie je meestal welk soort dag de rekening stuurt, en dat is precies het gegeven waarop je je basis en je pauzes kunt afstellen. Eén mindere dag zegt daarbij weinig, de lijn over veertien dagen een stuk meer.

Lukt het volhouden in je eentje moeizaam, dan kijken we bij Praktijk Vincerò samen naar jouw patroon, of je nu vooral doorzet tot je omvalt of uit voorzichtigheid steeds minder bent gaan doen. Je oefent het doseren in het echt, met ACT en cognitieve gedragstherapie voor de gedachten die je over je grens duwen. Mindfulness, ontspanning en hypnotherapie richten zich op het spanningsniveau eronder. Altijd naast de zorg van je huisarts of reumatoloog. Plan een vrijblijvende kennismaking en kijk of het bij je past.

Therapie komt naast medische zorg. Bij twijfel of alarmklachten is je huisarts het eerste aanspreekpunt.

Bronnen

  1. Clauw DJ (2014). Fibromyalgia: a clinical review. JAMA, 311(15):1547-1555. (Fibromyalgie als centrale pijnversterking, met vermoeidheid, slaap-, stemmings- en geheugenklachten in het kernbeeld.)
  2. Woolf CJ (2011). Central sensitization: implications for the diagnosis and treatment of pain. Pain, 152(3 Suppl):S2-S15. (Versterkte centrale signalering geeft pijnovergevoeligheid en versterkte optelling van prikkels, zonder aanhoudende schade in het weefsel.)
  3. O’Brien AT, et al. (2018). Defective endogenous pain modulation in fibromyalgia: a meta-analysis of temporal summation and conditioned pain modulation paradigms. The Journal of Pain, 19(8):819-836. PMID 29454976. (23 studies; bij fibromyalgie tellen prikkels sterker op en werkt de lichaamseigen pijnremming zwakker dan bij mensen zonder de aandoening.)
  4. Martínez-Lavín M, Hermosillo AG, Rosas M, Soto ME (1998). Circadian studies of autonomic nervous balance in patients with fibromyalgia: a heart rate variability analysis. Arthritis & Rheumatism, 41(11):1966-1971. (Dertig deelnemers met en dertig zonder fibromyalgie; lagere 24-uurs hartritmevariabiliteit met nachtelijke overheersing van de actiekant.)
  5. Moldofsky H, Scarisbrick P, England R, Smythe H (1975). Musculoskeletal symptoms and non-REM sleep disturbance in patients with “fibrositis syndrome” and healthy subjects. Psychosomatic Medicine, 37(4):341-351. (Experimentele verstoring van de diepe slaap bij gezonde proefpersonen wekte tijdelijk vergelijkbare spier- en stemmingsklachten op; kleine, oude studie.)
  6. Yunus MB (2007). Fibromyalgia and overlapping disorders: the unifying concept of central sensitivity syndromes. Seminars in Arthritis and Rheumatism, 36(6):339-356. (Fibromyalgie, ME/CVS, PDS en hoofdpijn als groep met een gedeeld mechanisme van centrale sensitisatie; conceptueel kader, geen sluitend bewijs.)
  7. Vlaeyen JWS, Linton SJ (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain: a state of the art. Pain, 85(3):317-332. (Pijnvrees leidt tot vermijden, conditieverlies en beperking; het bewijs komt vooral uit musculoskeletale pijn.)
  8. Geraghty AWA, et al. (2021). Self-management for chronic widespread pain including fibromyalgia: a systematic review and meta-analysis. PLoS One, 16(7):e0254642. PMID 34270606. (Negenendertig onderzoeken; kleine verbetering van functioneren en pijn op korte en lange termijn tegenover geen behandeling of gebruikelijke zorg; naast andere actieve behandelingen weinig verschil; bewijskwaliteit laag.)
  9. Häuser W, Bernardy K, Arnold B, Offenbächer M, Schiltenwolf M (2009). Efficacy of multicomponent treatment in fibromyalgia syndrome: a meta-analysis of randomized controlled clinical trials. Arthritis & Rheumatism, 61(2):216-224. (Negen onderzoeken, 1.119 deelnemers; kortetermijnwinst op pijn, vermoeidheid en stemming, op lange termijn vooral behoud van fitheid.)
  10. Macfarlane GJ, et al. (2017). EULAR revised recommendations for the management of fibromyalgia. Annals of the Rheumatic Diseases, 76(2):318-328. (Werkgroep uit twaalf landen, 107 reviews; beweging als enige sterke aanbeveling, psychologische behandelingen zoals CGT, mindfulness en hypnose als zwakke aanbeveling.)
  11. Kleykamp BA, et al. (2021). The prevalence of psychiatric and chronic pain comorbidities in fibromyalgia: an ACTTION systematic review. Seminars in Arthritis and Rheumatism, 51(1):166-174. (Eenendertig cross-sectionele studies; depressie de meest voorkomende bijkomende aandoening, gewogen prevalentie tot 63 procent ooit in het leven.)
  12. Bernardy K, Klose P, Welsch P, Häuser W (2018). Efficacy, acceptability and safety of cognitive behavioural therapies in fibromyalgia syndrome: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. European Journal of Pain, 22(2):242-260. (Negenentwintig gerandomiseerde onderzoeken, 2.509 deelnemers; winst op sombere stemming, beperkingen en vermoeidheid.)
  13. Van Koulil S, et al. (2010). Tailored cognitive-behavioral therapy and exercise training for high-risk patients with fibromyalgia. Arthritis Care & Research, 62(10):1377-1385. PMID 20521308. (Nederlandse RCT; uitsluitend mensen met een hoog risico op langdurig disfunctioneren; zestien sessies op maat voor pijndoorzetters en pijnvermijders; verbetering van pijn, vermoeidheid, functioneren en stemming, behouden na zes maanden.)

De auteur

Youri Kramer, Psychosociaal Therapeut i.o. en eigenaar van Praktijk Vincerò in Almere. Hij begeleidt mensen met PDS, chronische pijn en fibromyalgie met hypnotherapie, CGT, ACT en mindfulness, altijd complementair aan de zorg van huisarts of specialist.

Youri Kramer


Tags

fibromyalgie, Vermoeidheid, slaap en concentratie


Relevante artikelen