Overal pijn en moe zonder duidelijke oorzaak en wat er dan echt aan de hand is

Pijn die door je hele lijf trekt, en een moeheid die geen nacht slaap wegneemt, terwijl je bloed prima is en de foto’s schoon zijn. Dat voelt vaak alsof je met lege handen naar huis wordt gestuurd, terwijl je klachten er wel degelijk zijn. Zoek je op “overal pijn en moe zonder oorzaak”, op “spierpijn zonder reden” of op “moe terwijl ik genoeg slaap”, dan leg ik hier uit waar zulke klachten vandaan kunnen komen als het onderzoek leeg blijft. En vooral: dat er dan nog altijd íets aan de hand is, en dat je er iets aan kunt doen.

Goed om te weten. Dit is algemene uitleg en geen oordeel over jouw situatie; het staat naast wat je huisarts doet, niet in de plaats daarvan. Pijn met vermoeidheid heeft soms een gewone, goed te behandelen oorzaak die je eerst wilt vinden, bijvoorbeeld bloedarmoede, een trage schildklier, een tekort aan vitamine D of een reumatische ontsteking die net begint. Zijn er signalen als koorts, ongewenst afvallen, dikke of warme gewrichten, krachtverlies, tintelingen of gevoelloosheid, of nachtelijk zweten, ga daar dan mee langs je huisarts. Blijft het onderzoek schoon, dan blijft je huisarts je vaste aanspreekpunt.

De zin die je waarschijnlijk kent

“We hebben niets bijzonders kunnen vinden.” Voor iemand met pijn over het hele lijf en een uitputting die door merg en been gaat, is dat vaak een klap in plaats van een opluchting. Je hoort dat er niks ernstigs speelt, en tegelijk sta je buiten met precies dezelfde klachten waarmee je binnenkwam. Die frustratie hoor ik geregeld, en ze is volkomen begrijpelijk.

In die ene zin zitten eigenlijk twee boodschappen door elkaar geklit. De eerste: aan je weefsel en je zenuwen is geen schade te zien, en de gevaarlijke oorzaken zijn afgestreept. Dat is gewoon goed nieuws. De tweede boodschap is er stiekem aan geplakt, en die klopt niet: dat je pijn dan wel verzonnen zal zijn. Artsen hebben zelfs een naam voor klachten zoals de jouwe, namelijk aanhoudende lichamelijke klachten: klachten waar bij onderzoek geen ziekte als sluitende verklaring uit komt. Dat woord suggereert een dossier vol vraagtekens, maar achter die klachten zit vaak juist een helder mechanisme. Ook als een scan schoon is, kan er iets aan het werk zijn dat je pijn en je uitputting keurig verklaart. Alleen zit die verklaring in de manier waarop je lichaam pijn maakt, en niet in kapotte spieren. Daar gaat dit stuk over, met verderop het lijstje dat een arts hoe dan ook eerst hoort af te vinken.

Grote kans dat je een deel van deze route herkent. Je bent van spreekkamer naar spreekkamer geweest. Je hebt geleerd om je verwachtingen laag te houden voor de uitslag komt. Je vertelt je verhaal inmiddels op de automatische piloot, en soms wuif je het zelf al half weg. Als je zegt dat je moe bent, kijken mensen je aan alsof moe zijn erbij hoort, want wie is dat niet. En ergens is dat knagende stemmetje binnengeslopen: stel je je nou aan? Dat stemmetje heeft ongelijk. Het antwoord is alleen zelden zo overzichtelijk als één kapot onderdeel dat oplicht op een foto.

Hoe kan iets zeer doen als alles heel is?

Hier draait alles om. Van kleins af aan hebben we geleerd dat pijn en schade twee woorden zijn voor hetzelfde ding. Je stoot je knie, er scheurt iets kleins in het weefsel, en dat doet zeer. Klopt ook meestal. Maar als algemene regel is het te grof, en juist in die scheur zit het antwoord op jouw vraag verstopt.

Pijn is in de eerste plaats een beschermsignaal dat je zenuwstelsel afgeeft, en pas daarna een afspiegeling van wat er in je lichaam stuk is. Je lijf stuurt prikkels omhoog, en je hersenen maken razendsnel een inschatting: hoe bedreigend is dit, moet ik alarm slaan, en hoe hard dan? Die inschatting hangt af van de prikkel, maar minstens zo sterk van de omstandigheden: hoeveel spanning je met je meedraagt, hoe je hebt geslapen, waar je aandacht op dat moment zit. Vandaar dat dezelfde prikkel de ene keer flink pijn doet en de volgende keer amper opvalt. Je voelt pijn dus altijd via je brein, dat het signaal maakt. Dat geldt voor iedereen, ook bij een gebroken been.

Pijnonderzoekers onderscheiden drie soorten pijn, en dat onderscheid brengt je verder. De eerste is nociceptieve pijn (pijn door echte schade in je weefsel, zoals bij een snijwond of een breuk). De tweede is neuropathische pijn (pijn doordat een zenuw zelf beschadigd of bekneld raakt). En dan bestaat er een derde soort, die minder bekend is: nociplastische pijn (pijn die ontstaat doordat het pijnsysteem zelf anders is gaan werken, terwijl het weefsel gewoon gaaf is).1 Bij dat derde type blijft een bloedtest of een scan leeg, want er valt eenvoudigweg geen schade te fotograferen. De pijn komt voort uit de manier waarop je systeem prikkels verwerkt, en dat maakt hem net zo echt als de pijn bij een breuk. Hij ligt alleen ergens waar beeldvorming niet bij kan. De Wereldgezondheidsorganisatie erkent dit soort langdurige pijn sinds een paar jaar zelfs als een aandoening op zichzelf.2

En dit wil ik graag één keer, vroeg en met nadruk zeggen, zodat het onder de rest van dit artikel blijft liggen: je pijn is honderd procent echt. Het alarm dat afgaat, is een echt alarm. Wat is veranderd, is de afstelling van het systeem dat dat alarm afgeeft.

Waardoor het pijnsysteem overgevoelig raakt

Hoe raakt zo’n pijnsysteem dan zo scherp afgesteld? Het vakwoord is centrale sensitisatie (de toestand waarbij je centrale zenuwstelsel, dus je hersenen en ruggenmerg, pijnsignalen structureel sterker doorgeeft dan nodig). Normaal springt je zenuwstelsel zorgvuldig met pijn om: het geeft een signaal door wanneer het ertoe doet en dempt het wanneer de situatie veilig is. Bij centrale sensitisatie kantelt dat evenwicht. Het systeem reageert feller en blijft langer in de alarmstand hangen.

Dat gebeurt langs drie sporen die elkaar versterken. Om te beginnen ligt je pijndrempel lager: prikkels die bij een ander onder de radar blijven, verwerkt jouw systeem al als pijn. Een stevige omhelzing, een tochtvlaag, een vinger die ergens tegenaan duwt, het kan zomaar zeer doen. Hersenscanonderzoek bracht dat mooi in beeld. Bij precies dezelfde druk lichtten de pijnverwerkende gebieden in de hersenen bij mensen met dit beeld veel feller op, en er was ongeveer een vier keer zo zachte prikkel nodig om evenveel pijn op te wekken als bij anderen.3 Verder telt het systeem prikkels bij elkaar op: komen ze snel achter elkaar binnen, dan versterken ze elkaar en galmt de pijn langer na. En als derde werkt de rem slapper. Je lichaam bezit een eigen remsysteem dat pijnsignalen onderweg afzwakt voor ze de hersenen bereiken, en bij dit beeld knijpt die rem minder krachtig, waardoor er meer doorkomt en langer blijft hangen.4 Een lagere drempel, een sterkere doorgifte en een zwakkere rem bij elkaar: daardoor slaat het systeem bij van alles aan en komt het maar moeizaam weer tot rust.

De kern is deze: de prikkels zijn doodgewoon, de verwerking is veranderd. Aan je spieren en gewrichten mankeert doorgaans niets. Wat verschoof, is de gevoeligheid van het systeem dat de pijn samenstelt. En om die reden houdt een foto niets vast.

Schema van centrale sensitisatie: gewone prikkels uit het lichaam gaan via het ruggenmerg naar de hersenen en worden bij een overgevoelig zenuwstelsel versterkt in plaats van afgeremd, met de drie kanten lagere drempel, opgetelde prikkels en zwakkere rem.
Figuur 1. Bij centrale sensitisatie worden gewone prikkels onderweg versterkt in plaats van afgeremd. De prikkel is normaal, de verwerking niet.

Waarom doet mijn hele lijf zeer, en niet één plek?

Dit is vaak de allereerste vraag, en het antwoord zegt eigenlijk alles. Een verzwikte enkel doet op één plek pijn. Maar de gevoeligheid zit hier niet in je enkel of je schouder; ze zit in het verwerkende systeem zelf, en dat behandelt de signalen uit je hele lijf. Ligt de overgevoeligheid in de verwerking, dan werkt ze overal waar signalen binnenkomen: armen, benen, rug, nek, kaak, heupen.

Daarom laat de pijn zich zo lastig aanwijzen. Je vinger vindt geen plek om te zeggen “hier zit het”, want het zit in de manier waarop álles wordt doorgegeven. Het is één systeem dat op veel plekken tegelijk te hard aan de bel trekt, en zeker geen bijeengeraapte verzameling losse kwaaltjes. Er is zelfs een aanwijzing dat het systeem inderdaad de hoofdrol speelt: hoe wijder de pijn zich over je lijf verspreidt, hoe groter het tekort aan die lichaamseigen rem blijkt te zijn.4 “Overal tegelijk” past dus precies bij één centraal mechanisme dat overal zijn werk doet. Zo beschrijft ook ReumaNederland de klachten als het gevolg van een verstoring in de pijnverwerking.

En dan is er iets wat veel mensen verbaast: het blijft niet bij pijn. Hetzelfde overgevoelige systeem reageert vaak ook feller op prikkels die met pijn niets te maken hebben. Fel licht, harde geluiden, een drukke supermarkt, sterke geuren: het komt allemaal harder binnen, en het duurt langer voordat je bent bijgekomen.5 Zo wordt begrijpelijk waarom je na een middag in een lawaaiige, volle ruimte helemaal op bent. Dat is een zenuwstelsel dat meer inspanning kwijt is aan doodgewone prikkels, en het heeft niets met zwakte te maken. En daarmee komt de moeheid in beeld, want die is met dit verhaal verweven.

Spierpijn zonder sporten, zonder reden: kan dat echt?

Van alle klachten is dit misschien wel de raarste: je spieren doen zeer terwijl je ze juist rust hebt gegeven. Geen training, geen verhuizing, soms na een luie dag of gewoon ’s ochtends bij het opstaan. Je typt “spierpijn zonder reden” in, en je vindt zelden een uitleg die strookt met wat je voelt. Toch past dit haarfijn bij een overgevoelig pijnsysteem.

Leg het eens naast gewone spierpijn na het sporten. Die heeft een keurige oorzaak: door de inspanning ontstaat een beetje verzuring en wat kleine schade in je spiervezels, en de pijn houdt je even bij de les terwijl het herstel loopt. Zulke pijn komt ná de inspanning op, is na een dag of twee op zijn hoogtepunt en ebt daarna vanzelf weg. Daar geldt de vertrouwde volgorde: inspanning geeft kleine schade, schade doet zeer, en zodra het herstel rond is, is de pijn weg.

Bij spierpijn zonder aanleiding valt die volgorde in duigen. Zonder zware inspanning en zonder verse schade zeuren je spieren toch. Dat komt doordat die pijn niet uit de spier zelf omhoogkomt, maar uit het overgevoelige systeem dat de pijn samenstelt. Een signaal dat normaal veel te zwak is om te merken, wordt opgekrikt totdat het pijn wordt. Een houding die je te lang volhoudt, een lichte aanraking, simpelweg een dag met veel om je heen: prikkels die een ander koud laten, komen bij jou aan als pijn. Aan je spieren mankeert dus niets; de gevoeligheid staat gewoon anders afgesteld. Meteen valt te snappen waarom uitgerekend rust of een doorsneedag de pijn kan opstoken: ook lang stilzitten of stilliggen levert signalen op, en een overgevoelig systeem kan die als pijn doorseinen. Zo kun je stijf en pijnlijk van de bank komen, uitgerekend na een kalme periode.

Er zit trouwens een geruststellende kant aan, waar ik verderop op terugkom: je spieren zijn heel, dus met bewegen breek je niets af.

Vergelijkingskaart. Links spierpijn na sporten met een tijdlijn van inspanning naar herstel; rechts spierpijn zonder reden, geen verse schade maar een versterkt pijnsignaal. Onder beide de regel dat de pijn even echt is.
Figuur 2. Spierpijn na sporten heeft een oorzaak en trekt weg zodra de spier hersteld is. Spierpijn zonder reden komt zonder verse schade op. De pijn is in beide gevallen even echt.

Waarom komt die moeheid er bijna altijd bij kijken?

Heel veel mensen typen niet de pijn los in en niet de moeheid los, maar de twee in één adem: overal pijn én doodmoe. Je voelt aan dat ze samenhangen, en dat gevoel klopt. Bij dit soort pijn borrelt de vermoeidheid uit dezelfde bron omhoog. Drie oorzaken spelen mee, en ze jagen elkaar op.

De eerste is slaap. Bijna iedereen met dit beeld herkent het: wakker worden alsof je de hele nacht hebt liggen woelen. De uren stonden er, de rust bleef weg. Daar zit een echt mechanisme onder. Al in 1975 bleek dat gezonde mensen die je een paar nachten achter elkaar hun diepe slaap ontneemt, klachten ontwikkelen die hier sterk op lijken: pijnlijke, gevoelige spieren en moeheid.6 Tijdens die diepe slaap poetst je brein onder andere de systemen bij die pijn dempen. Valt die slaap weg, dan begin je de dag al met een achterstand, en heeft je zenuwstelsel de nacht ongebruikt gelaten om bij te tanken.

De tweede oorzaak is dat een overgevoelig zenuwstelsel de hele dag energie opsnoept. Een systeem dat telkens aanslaat en elke prikkel versterkt, komt zelden echt tot stilstand, en dat kost onafgebroken brandstof. Zie het als een telefoon met een zware app die op de achtergrond blijft draaien: je doet er niets mee, maar hij trekt de hele dag stilletjes je batterij leeg. Vandaar dat je bekaf kunt zijn na een dag waarop je “niks” hebt uitgevoerd. Dat is een lijf dat maar moeilijk in de ruststand zakt, los van luiheid of wilskracht.

De derde oorzaak is de cirkel die hieruit voortkomt, en die loont het om te doorzien, want juist daar kun je ingrijpen. Pijn knaagt aan je slaap. Een slechte nacht maakt de pijn de volgende dag heftiger en jou uitgeputter. Door de pijn en de moeheid doe je vaak minder, waardoor je conditie inzakt en je lijf bij dezelfde belasting sneller protesteert. En zwaardere pijn tast je slaap weer aan. Zo houdt het patroon zichzelf draaiende, ook lang nadat de eerste aanleiding is verdwenen. Veel mensen herkennen het “boom-bust”-patroon: op een goede dag werk je alles weg wat was blijven liggen, en de dag daarop lig je geveld. Dat geeft even lucht, en tegelijk draait het de cirkel een slag strakker.

Kringloopschema met vier punten die elkaar aandrijven: pijn, slechte slaap, meer moeheid en minder bewegen, en terug naar meer pijn, met in het midden dat de cirkel op meerdere plekken zachter te maken is.
Figuur 3. Pijn, slechte slaap, vermoeidheid en minder bewegen houden elkaar in stand. De cirkel draait door, en je kunt hem op meerdere plekken zachter maken.

Waarom voelt mijn lijf soms loodzwaar en loodgrijs?

Op sommige dagen is de pijn niet eens het ergste. De zwaarte is het ergste. Je armen hangen als lood aan je schouders, je benen willen amper mee, en alleen al overeind komen uit een stoel is een klus. Dat loodzware gevoel zweeft ergens tussen pijn en moeheid in, en het is een echte gewaarwording.

Het komt uit datzelfde overbelaste systeem. Een deel van je zenuwstelsel doet zijn werk automatisch: het regelt je hartslag, je ademhaling, je spierspanning. Vakmensen noemen dat het autonome zenuwstelsel (het deel dat je lichaam buiten je wil om in de actiestand of de ruststand zet). Bij iets spannends of inspannends schakelt het naar de actiestand, en daarna hoor je terug te glijden naar rust. Bij veel mensen met aanhoudende pijn verloopt dat terugschakelen stroef. Metingen aan het hart tonen dat de actiekant vaker aan de winnende hand is, ook in rust en zelfs tijdens de slaap.7 Je lijf blijft dan op een laag pitje doorbranden, dag en nacht, en dat kost aan één stuk door energie.

Komt daar een nacht bij die weinig oplevert, dan stapelt het tekort zich op, en zakt je lichaam weg in dat loodzware gevoel. Die zwaarte is de boodschap van een systeem dat maar moeizaam tot rust komt, en zegt niets over versleten spieren. Het heeft niets met luiheid te maken, en evenmin met te weinig doorzettingsvermogen. Veel mensen leggen de lat juist voor zichzelf te hoog (“ik heb toch geslapen, dus ik moet gewoon dóórzetten”). Zodra je begrijpt dat die zwaarte uit een overbelast systeem opstijgt, valt er vaak een laag schuldgevoel af. En dat is meer waard dan een fijn gevoel: milder zijn voor jezelf geeft het systeem juist wat ruimte om te ontspannen.

Waarom doen mijn gewrichten zeer zonder ontsteking?

Nog zo’n punt dat mensen dwarszit: je gewrichten doen zeer, terwijl de arts geen ontsteking aantreft. Niks gezwollen, niks warm, het bloed keurig, de foto blanco. Omdat het idee bij ons vastzit dat gewrichtspijn hoort bij reuma of bij slijtage, voelt dit als een raadsel, en af en toe als het zoveelste teken dat men je niet gelooft.

Ook hier draait hetzelfde mechanisme. Een ontsteking laat zich zien en meten in je weefsel; pijn is een sein van je zenuwstelsel. Meestal trekken die twee samen op, en toch kan het pijnsein ook afgaan zonder dat er iets ontstoken is. Bij een overgevoelig systeem worden prikkels die normaal onder de drempel blijven versterkt doorgegeven, ook rondom spieren en gewrichten waar alles gaaf en gezond is. Daardoor kan een lichte aanraking al zeer doen.

Er is wél een goede reden om gewrichtsklachten altijd eerst door je huisarts te laten beoordelen. Zo nu en dan ligt zo’n overgevoelig pijnsysteem namelijk boven op een echte reumatische ziekte. Bij ongeveer een op de vijf mensen met reumatoïde artritis speelt het mee, en dan kan het de ziekteactiviteit troebeler maken om in te schatten.8 Precies daarom wil je een ontstekingsreuma op tijd in beeld krijgen of netjes uitgesloten zien. Dat is zorgvuldigheid, en geen wantrouwen tegenover jouw verhaal; het hoort er nu eenmaal bij.

En als de pijn steeds verspringt?

Juist dat wisselende karakter jaagt veel mensen schrik aan. Vandaag je nek en je schouders, morgen je benen, en de dag erop je hele lijf ineens. Bij een kapot stukje weefsel zou je een pijn verwachten die netjes op zijn plek blijft. Dat hij rondzwerft en van dag tot dag verandert, past juist uitstekend bij een gevoelig zenuwstelsel.

Hoe fel het systeem aanslaat, hangt namelijk af van de omstandigheden van het moment. Slecht geslapen, tot de rand vol spanning, jezelf gisteren voorbijgelopen? Dan reageert het systeem nóg scherper en snijdt de pijn feller, soms elders dan de vorige dag. Slaap je goed en verloopt de dag kalm, dan kan het meevallen. Die wisseling verraadt dat de pijn meedeint op de toestand van je zenuwstelsel, en niet op schade die er vandaag wél en morgen niet zou zijn. Dat de klachten per persoon en per dag uiteenlopen, benoemt ook ReumaNederland als kenmerkend.

Bij een deel van de mensen krijgt dit wijdverspreide, wisselende beeld, samen met de moeheid en de rommelige slaap, uiteindelijk een naam: fibromyalgie (een vorm van langdurige pijn waarbij het pijnsysteem overgevoelig staat afgesteld, terwijl spieren en gewrichten gaaf zijn). Of dat woord bij jou past, is aan een arts om te wegen; dit artikel stelt geen diagnose. Het onderliggende verhaal blijft hetzelfde, met of zonder etiket. Je kunt dus al beginnen te begrijpen wat er speelt en ermee aan de slag gaan, ook voordat er een naam op ligt.

Herken je dit patroon?

Je klachten laten zich makkelijker plaatsen als je let op het geheel in plaats van op één losse klacht. Bij een overgevoelig pijnsysteem keert vaak dezelfde combinatie terug. Herken je meer van deze punten, dan wijst dat sterker in de richting van dit type pijn. Neem het mee als houvast voor het gesprek met je huisarts, en niet als een diagnose op zichzelf.

  • De pijn zit wijdverspreid, verdeeld over meerdere plekken tegelijk, eerder dan geconcentreerd op één plek.
  • De pijn verspringt van plek en verandert per dag, en beweegt mee met je slaap en je spanning.
  • Je hebt pijn zonder aanwijsbare aanleiding, ook los van sporten of zwaar tillen, soms juist na een rustmoment.
  • Je blijft moe, ook nadat je een nacht hebt geslapen, en gewone rust neemt die moeheid nauwelijks weg.
  • Je slaap laadt je niet op: de uren stonden er, en toch word je onuitgerust wakker.
  • Bloedonderzoek en foto’s tonen geen schade en geen ontsteking die de klachten dekt.
  • Je valt op dat ook geluid, licht of drukte heftiger bij je binnenkomen dan je gewend was.

Overzichtskaart met zeven kenmerken van een overgevoelig pijnsysteem, elk met een icoon: wijdverspreide pijn, wisselend per dag, pijn zonder aanleiding, moeheid ondanks slaap, niet-verkwikkende slaap, geen schade of ontsteking, en overgevoeligheid voor prikkels.
Figuur 4. Let op het patroon, meer dan op één losse klacht. Herken je veel van deze punten, bespreek het dan met je huisarts.

Welke rol spelen slaap en spanning hierin?

Slaap en spanning zijn geen randverschijnselen bij dit soort klachten; ze zitten in de motor. Ze bepalen mee hoe gevoelig je pijnsysteem staat afgesteld, en dat maakt ze meteen tot aangrijpingspunt.

Over slaap las je het eerder: pijn ondermijnt de slaap, en slechte slaap maakt de pijn scherper en de moeheid zwaarder. Het werkt in twee richtingen. Groot, langlopend bevolkingsonderzoek staaft die richting. Een Noorse studie volgde ruim twaalfduizend vrouwen die bij aanvang vrij waren van wijdverspreide pijn. Wie slecht sliep, liep jaren later een duidelijk hoger risico om fibromyalgie te krijgen, en naarmate de slaap slechter was, klom dat risico verder op.9 Goede slaapgewoonten vormen dan ook een kerncircuit van dit beeld, en zijn geen losse tip die je er terloops bij krijgt. Bij Thuisarts staat rustige uitleg over beter slapen zonder direct naar pillen te grijpen, en dat is precies de weg die je wilt, want slaappillen brengen hier hooguit kort verlichting en laten de kern ongemoeid.

Dan spanning en stress. Bij iets stressvols schakelt je lichaam automatisch naar de actiestand: je hart gaat sneller, je spieren spannen zich aan, je lijf komt op scherp. Dat is normaal en zelfs handig bij kort gevaar. Het knelt pas wanneer je lichaam daarna te lang alert blijft en moeizaam terugschakelt. Bij wijdverspreide pijn is dat bij veel mensen het geval. Een zenuwstelsel dat zo aanstaat, versterkt pijn gemakkelijker en verstookt meer energie, en daarom zet een drukke of emotionele periode de pijn én de moeheid vaak merkbaar aan. Zoek je handvatten, dan geeft Thuisarts over stress praktische uitleg.

Let scherp op wat dit wél en niet zegt, want juist hier ontspoort het gesprek vaak. Het zegt níet dat je pijn psychisch van aard is, of dat positief denken hem oplost. Dat misverstand doet meer kwaad dan goed. Het zegt dat slaap en spanning aan hetzelfde pijnsysteem draaien, en dat je via die twee dus invloed kunt uitoefenen. Daar ligt een opening.

“Zit het dan tussen mijn oren?”

Nee. En op deze vraag hoor je een eerlijk antwoord te krijgen, want voor veel mensen snijdt hij het diepst. Dat je pijn in je zenuwstelsel wordt gevormd, en niet in een kapotte spier, maakt hem juist echt. Bij iedereen ontstaat pijn in het zenuwstelsel, ook bij een breuk. Het enige verschil is dat het systeem bij dit beeld te snel op scherp springt.

Denk aan een brandmelder aan het plafond. Zo’n melder meet niet hoe groot een vuur is; hij gaat af zodra hij iets verdachts opsnuift, soms al bij de damp van een dichtgeschroeide pan. Het geluid is keihard en valt onmogelijk te negeren, maar het bewijst niet dat het huis in brand staat. Zo werkt jouw pijn ook: een terecht alarm van een systeem dat te gevoelig is afgesteld. Die zin over “je oren” wordt bijna altijd ingezet om iemand af te schepen, alsof de klacht verzonnen zou zijn. Dat slaat nergens op, en het doet zeer op een andere manier dan de klacht zelf. De eerlijker versie luidt: je hebt echte pijn, afkomstig van een systeem dat overgevoelig is geraakt. Wie dat eenmaal doorheeft, voelt zich vaak voor het eerst serieus genomen. En dat de klachten voor buitenstaanders onzichtbaar blijven, maakt het extra zwaar; de belangenvereniging F.E.S. wijdt er terecht een hele pagina aan, over hoe je met dat onbegrip omgaat.

Er zit hoop in, en die hoop rust op iets concreets. Wat je zenuwstelsel geleerd heeft, kan het namelijk ook weer afleren. Dat vermogen om nieuwe patronen aan te leren heet neuroplasticiteit, en het werkt beide kanten op. Een systeem dat heeft geleerd om snel aan te slaan, kan opnieuw leren om rustiger te reageren. Met kleine stappen, en met tijd, maar de richting ligt er. Wil je verder dan alleen begrijpen waarom je lijf zo reageert, en wil je oefenen om je zenuwstelsel tot bedaren te brengen, dan kun je daarvoor vrijblijvend een kennismaking aanvragen bij Praktijk Vincerò, naast de zorg van je huisarts.

Wat controleert een arts als eerste?

Voordat de verklaring van een overgevoelig pijnsysteem in beeld komt, moeten de gewone, behandelbare oorzaken van tafel. Pijn op veel plekken met vermoeidheid kan namelijk ook een andere achtergrond hebben, en die wil je op tijd opsporen, juist omdat er dan wat aan te doen valt. Vandaar dat je huisarts daar begint. Meestal gaat de aandacht uit naar:

  • Een tekort aan vitamine D. Dat geeft soms spierpijn, een slap gevoel en moeheid. Een bloedtest brengt het aan het licht, en aanvullen is vaak eenvoudig.
  • Een trage schildklier. Levert je schildklier te weinig hormoon, dan kun je moe en stijf raken en spierpijn ontwikkelen. Een te langzaam werkende schildklier blijkt uit bloedonderzoek en is goed te behandelen.
  • Bloedarmoede. Bij te weinig rode bloedcellen kun je flink vermoeid en zwaar en futloos worden. Ook dat wijst het bloed uit.
  • Een bijwerking van medicijnen. Bepaalde medicijnen veroorzaken spierpijn, denk aan sommige cholesterolverlagers. Kwam de pijn kort na de start van een nieuw middel opzetten, bespreek dat dan met je huisarts of apotheek.
  • Een ontstekingsreuma. Dikke, warme of rode gewrichten, langdurige ochtendstijfheid of afwijkingen in het bloed kunnen op een reumatische ontsteking duiden. Daar hebben artsen speciaal oog voor, en die wil je op tijd herkend hebben.

Blijf ondertussen alert op de signalen die altijd voorrang krijgen: koorts, afvallen zonder dat je dat nastreeft, gezwollen of warme gewrichten, nachtelijk zweten, krachtverlies of gevoelloosheid. Ook een moeheid die in korte tijd hard verslechtert hoort in dat rijtje. Zulke signalen wijzen op iets anders dan een gevoelig pijnsysteem en vragen om apart onderzoek. Stuit je arts op iets behandelbaars, dan heb je meteen een aangrijpingspunt. Blijft het onderzoek schoon terwijl de klachten aanhouden, dan is er nog steeds iets gaande dat om uitleg vraagt.

Wat kun je zelf doen?

Het goede nieuws ligt besloten in het mechanisme zelf. Datzelfde leervermogen dat een pijnpatroon heeft ingesleten, kan het ook weer wat soepeler maken. Het doel is je systeem rustiger te leren reageren, niet de pijn wegtoveren. Aan elke stap hieronder heb je iets, en vandaag beginnen kan al.

  • Beweeg rustig en gedoseerd op. Bewegen is bij dit soort pijn de stap met de stevigste onderbouwing.10 En je spieren zijn heel, dus je maakt er niets mee kapot. Beetje bij beetje en met regelmaat opbouwen levert het meeste op. Spreid je energie met opzet over de dag (dat heet pacing), zodat je de “boom-bust”-terugvallen voor blijft. Liever dagelijks een stukje dan op één goede dag de hele voorraad opmaken.
  • Waak over je slaap. Een vast ritme, een kalm uur voordat je gaat slapen en verzorgde slaapgewoonten raken een kerncircuit van dit beeld. Het effect bouwt zich over weken op, en het is een van de krachtigste knoppen die je hebt.
  • Gun je lijf de ruimte om te zakken. Ademhalings- en ontspanningsoefeningen zijn concreet en doelgericht. Ze wekken de ruststand van een echt lichamelijk systeem en helpen je zenuwstelsel af te koelen. Wil je vandaag al iets proberen, dan vind je bij MIND eenvoudige oefeningen om zo mee te starten.
  • Snap wat er speelt. Deze stap oogt eenvoudig en pakt in de praktijk verrassend krachtig uit. Wie doorheeft dat de pijn een overgevoelig alarm is en geen teken van schade, ervaart de pijn vaak als minder bedreigend. En minder dreiging betekent een zachter alarm. Uitleg over de werking van pijn, door vakmensen pijneducatie genoemd, is op zichzelf al een stap die bij een deel van de mensen de klachten tempert.11

Overzicht van vier knoppen waar je zelf aan kunt draaien bij een overgevoelig pijnsysteem, elk in een eigen vak met icoon: rustig opbouwend bewegen, je slaap beschermen, je lijf de kans geven om te zakken, en begrijpen hoe pijn werkt.
Figuur 5. Vier knoppen waar je zelf aan kunt draaien. Geen wondermiddel, wel stuk voor stuk de moeite waard, en naast de zorg van je huisarts.

Deze stappen sluiten goed aan op de zorg van je huisarts, en vullen die aan.

Wanneer stap je (weer) naar de huisarts?

Stap naar je huisarts wanneer de gewone oorzaken nog nagekeken moeten worden, wanneer de pijn of de moeheid lang blijft hangen, of wanneer er iets nieuws bij komt. Blijf niet afwachten bij de bekende alarmsignalen: koorts, afvallen, dikke of warme gewrichten, krachtverlies, gevoelloosheid of nachtelijk zweten, en een moeheid die snel oploopt telt daar ook bij. Voor algemene uitleg over langdurige moeheid kun je terecht bij Thuisarts. En zit je somber of uitzichtloos onder dit alles, breng dat dan ook ter sprake. Zoiets past bij een lang traject met klachten, en er is wat aan te doen.

Wat kan begeleiding hieraan bijdragen?

Zijn de gewone oorzaken uitgesloten en houden de klachten aan, dan grijpt begeleiding precies aan op wat overgevoelig is geraakt: niet je spieren of gewrichten, maar de manier waarop je brein en je zenuwstelsel met pijnsignalen omgaan. Dit loopt altijd naast je huisarts, reumatoloog of pijnpoli.

Bij Praktijk Vincerò pak ik dat op een paar manieren aan, telkens toegesneden op wat bij jou past. Met pijneducatie maak ik inzichtelijk hoe jouw pijnsysteem werkt, zodat het minder bedreigend voelt en het alarm kan zakken. Met cognitieve gedragstherapie (CGT, waarbij je gedachten en gewoonten die de pijn en de moeheid voeden leert bijsturen) en ACT (acceptance and commitment therapy, waarbij je leert leven naar wat voor jou belangrijk is, ook met klachten erbij) nemen we de patronen onder handen die de cirkel gaande houden. En met hypnotherapie trainen we je zenuwstelsel om dieper te ontspannen. Het onderzoek naar deze vormen toont bescheiden maar echte effecten op pijn, stemming en functioneren.12 Voor hypnotherapie bij chronische pijn is het onderzoek nog beperkt, en meerdere studies wijzen op minder pijn en betere slaap, en het is veilig om te proberen.13 Bij een deel van de mensen zakken de klachten merkbaar.

Genezing beloof ik je niet, en dat zou ik ook niet moeten doen. Wat wél kan, is dat de klachten minder greep op je dag krijgen, en bij een deel van de mensen zakken ze zo ver dat ze het dagelijks leven een stuk minder bepalen. Of dat bij jou lukt, weet ik pas als ik je verhaal ken.

Vragen die nu bij je kunnen opkomen

Betekent “er is niets gevonden” dat ik me alles verbeeld?

Nee. Dat het onderzoek niets oplevert, wil zeggen dat je weefsel en je zenuwen gaaf zijn en dat de gevaarlijke oorzaken van tafel zijn. Bij nociplastische pijn ligt de kern in de manier waarop je zenuwstelsel prikkels verwerkt, en dus niet in een kapot lichaamsdeel. De pijn die je voelt is echt; alleen ligt de bron ergens waar een scan niet bij kan.

Waarom doen mijn spieren zeer terwijl ik niet heb gesport?

Doordat de pijn niet uit de spier zelf opborrelt, maar uit een pijnsysteem dat te gevoelig staat afgesteld. Een sein dat normaal te zwak is om te merken, wordt opgekrikt totdat het pijn wordt, ook zonder inspanning. Aan je spieren mankeert dan niets, en daarom komt er op scans ook niets uit. Het weefsel is heel, dus gedoseerd bewegen breekt niets af.

Waarom ben ik zo moe en voelt mijn lijf zo zwaar, terwijl ik genoeg uren maak?

Doordat het aantal uren iets anders is dan de kwaliteit van je slaap. Bij dit beeld raakt juist de diepe slaap, waarin je herstelt, vaak verstoord. Daar bovenop kost een overgevoelig zenuwstelsel de hele dag energie, ook wanneer je rust. Zo word je onuitgerust wakker en kan je lichaam loodzwaar aanvoelen, hoeveel uren je ook in bed lag.

Kan ik echt pijn voelen zonder ontsteking, en gaat het dan om fibromyalgie?

Ja. Een ontsteking laat zich meten in je weefsel; pijn is een sein van je zenuwstelsel dat ook zonder ontsteking kan afgaan. Wijdverspreide, wisselende pijn met moeheid en rommelige slaap, terwijl er in het weefsel niets kapot is, kan bij fibromyalgie horen. Dat is een diagnose die een arts pas stelt als ontsteking en andere oorzaken zijn uitgesloten. Wat dit artikel schetst, is het onderliggende mechanisme, en dat speelt zich af met of zonder etiket.

Hoe lang duurt dit? Gaat het ooit over?

Het beloop loopt sterk uiteen van persoon tot persoon. Bij een deel van de mensen nemen de klachten na verloop van tijd af, terwijl anderen er langer last van houden. Klachtenvrij worden is niet wat ik beloof; wat vaak wél haalbaar is, is dat je grip terugvindt en dat de pijn en de moeheid je dag minder gaan sturen. Een overgevoelig zenuwstelsel laat zich rustiger krijgen, ook al verloopt dat stap voor stap.

Van hier verder

Overal pijn en doodmoe zonder duidelijke oorzaak is bijna altijd wél íets, en vaak iets heel anders dan kapotte spieren. Heeft een arts de gewone, behandelbare oorzaken doorgestreept en houden de klachten toch aan, wijdverspreid, wisselend, dikwijls zonder aanleiding en met een moeheid die blijft kleven, dan wijst de verklaring meestal naar een pijnsysteem dat overgevoelig is geworden: het krikt gewone signalen op en trekt intussen je energie leeg. Voelbare pijn, oprechte uitputting, en een lichaam dat simpelweg te lang op scherp heeft gestaan. Dat is hoopvoller dan het klinkt, want aan een overgevoelig systeem valt te sleutelen, en dat begint bij snappen wat er speelt.

Wil je verder komen dan begrijpen alleen, en wil je oefenen om je zenuwstelsel rustiger te maken? Begeleiding bij Praktijk Vincerò, met pijneducatie, CGT, ACT of hypnotherapie, kan je daarbij op weg helpen, naast de zorg van je huisarts. Zulke begeleiding komt niet in de plaats van medische zorg; bij twijfel of bij de alarmsignalen uit dit artikel ga je naar de huisarts. Plan gerust een vrijblijvende kennismaking en verken op je gemak wat voor jou een goede eerste stap kan zijn.

Bronnen

  1. Kosek E, et al. (2016). Do we need a third mechanistic descriptor for chronic pain states? Pain.
  2. Treede RD, et al. (2019). Chronic pain as a symptom or a disease: the IASP classification of chronic pain for the ICD-11. Pain.
  3. Gracely RH, et al. (2002). Functional magnetic resonance imaging evidence of augmented pain processing in fibromyalgia. Arthritis & Rheumatism.
  4. Julien N, et al. (2005). Widespread pain in fibromyalgia is related to a deficit of endogenous pain inhibition. Pain.
  5. Clauw DJ (2014). Fibromyalgia: a clinical review. JAMA.
  6. Moldofsky H, et al. (1975). Musculoskeletal symptoms and non-REM sleep disturbance in patients with “fibrositis syndrome” and healthy subjects. Psychosomatic Medicine.
  7. Martínez-Lavín M, et al. (1998). Circadian studies of autonomic nervous balance in patients with fibromyalgia. Arthritis & Rheumatism.
  8. Duffield SJ, et al. (2018). Concomitant fibromyalgia complicating chronic inflammatory arthritis: a systematic review and meta-analysis. Rheumatology (Oxford).
  9. Mork PJ, Nilsen TIL (2012). Sleep problems and risk of fibromyalgia: longitudinal data on an adult female population in Norway. Arthritis & Rheumatism.
  10. Bidonde J, et al. (2017). Aerobic exercise training for adults with fibromyalgia. Cochrane Database of Systematic Reviews.
  11. Van Oosterwijck J, et al. (2013). Pain physiology education improves health status and endogenous pain inhibition in fibromyalgia: a double-blind randomized controlled trial. The Clinical Journal of Pain.
  12. Bernardy K, et al. (2018). Cognitive behavioural therapies for fibromyalgia. European Journal of Pain; Eastwood F, Godfrey E (2024). The effectiveness of acceptance and commitment therapy for fibromyalgia. British Journal of Pain.
  13. Bernardy K, et al. (2011). Efficacy of hypnosis/guided imagery in fibromyalgia syndrome. BMC Musculoskeletal Disorders; Picard P, et al. (2013). Hypnosis for management of fibromyalgia. International Journal of Clinical and Experimental Hypnosis.

Gepubliceerd op 5 juli 2026.

Dit artikel is met zorg samengesteld, maar kan onvolledig of onjuist zijn en vormt algemene informatie, geen persoonlijk medisch advies. Raadpleeg bij klachten of twijfel altijd je huisarts of een bevoegde behandelaar; Praktijk Vincerò is niet aansprakelijk voor keuzes op basis van deze tekst.

De auteur

Youri Kramer, Psychosociaal Therapeut i.o. en eigenaar van Praktijk Vincerò in Almere. Hij begeleidt mensen met PDS, chronische pijn en fibromyalgie met hypnotherapie, CGT, ACT en mindfulness, altijd complementair aan de zorg van huisarts of specialist.

Youri Kramer


Tags

fibromyalgie, Herkennen en begrijpen, Pijn en zenuwstelsel


Relevante artikelen