Zoek je online naar hulp bij een prikkelbare darm, dan buitelen de adviezen over elkaar heen: diëten, pillen, thee, supplementen en behandelingen, de een met stelligere beloften dan de ander. Dit artikel weegt per aanpak hoe sterk het bewijs is, van voeding en medicatie tot psychologische behandeling, zodat je ziet wat bij prikkelbaredarmsyndroom (PDS) echt iets doet en waarom.
Dit is algemene voorlichting over wat bij PDS kan helpen, geen persoonlijke diagnose of behandeladvies. De diagnose PDS stelt je huisarts, die eerst andere oorzaken nagaat. Maak een afspraak bij bloed bij de ontlasting, onbedoeld gewichtsverlies, bloedarmoede, koorts, klachten die je ’s nachts wakker maken of darmklachten die voor het eerst na je vijftigste ontstaan. Bespreek het ook wanneer darmkanker of een chronische darmontsteking in je naaste familie voorkomt.

Waarom de ene aanpak beter bij je past dan de andere
Bij PDS ziet de darm er bij onderzoek normaal uit. Wat anders werkt, is de afstelling: hoe gevoelig je darm reageert en hoe je hersenen en je darm met elkaar communiceren. Die twee praten de hele dag over en weer via de brein-darm-as. Je hoofd stuurt signalen naar je darm en je darm stuurt er minstens zoveel terug.
Bij veel mensen met PDS staat die darm gevoeliger afgesteld. Gewone prikkels zoals gas, passerend voedsel of een lichte rek van de darmwand komen dan al binnen als pijn of aandrang. Dat heet viscerale overgevoeligheid: een lagere drempel waarop de darm alarm geeft. Een barostat-onderzoek, waarbij de darmwand voorzichtig wordt opgerekt, vond bij 94 procent van de honderd onderzochte mensen met PDS een veranderde waarneming: rek werd eerder onprettig of pijnlijk. Soms was het gevoel sterker of zat het op een andere plek dan verwacht.9 De gevoeligheid zit dus meetbaar in het systeem.
Daar komt het dagelijkse patroon bij. Zodra klachten er zijn, ga je er anders mee om: je let scherper op je buik, je maakt je zorgen, je houdt rekening met de wc. Dat is begrijpelijk en tegelijk voedt het de klachten. Spanning en gespitste aandacht maken de darm gevoeliger, waardoor je elke beweging sterker merkt. Deze instandhoudende factoren, spanning, aandacht en vermijding, houden de klachten draaiende, los van hoe je PDS ooit begon.
Hieruit volgt waarom aanpakken zo verschillen in effect. De een knapt vooral op van iets wat de darm zelf rustiger maakt, zoals voeding. De ander heeft meer aan iets wat de overgevoeligheid en de spanning aanpakt, zoals een psychologische behandeling. En een flinke groep heeft baat bij een combinatie.
Wil je precies weten hoe die verbinding tussen hoofd en buik werkt, dan pluist het artikel over de brein-darm-as bij PDS de mechanismen stap voor stap uit.

Beginnen bij voeding en leefstijl
Voor veel mensen is voeding de logische eerste stap, met goede reden. Het laag-FODMAP-dieet is van alle voedingsaanpakken het best onderzocht. FODMAP’s zijn koolhydraten die de dunne darm slecht opneemt; ze trekken vocht aan en worden in de dikke darm vergist, waarbij gas ontstaat. Bij een gevoelige darm geeft dat sneller een opgeblazen gevoel, kramp en aandrang. Door die voedingsstoffen tijdelijk te beperken, geef je de darm rust.
Het effect is gemeten tegen een nepdieet dat net zo streng aanvoelde. Na vier weken had 57 procent van de mensen op het laag-FODMAP-dieet duidelijk minder klachten, tegenover 38 procent in de nepdieetgroep.15 Gelegd naast het gewone voedingsadvies bij PDS (regelmaat, kleinere porties, minder vet en minder gasvormende producten) hield het dieet geen voorsprong. Ongeveer de helft van beide groepen knapte op.16 Een flinke groep heeft er dus baat bij en een ander deel merkt er weinig van. Het blijft maatwerk en het is een tijdelijk traject. Je laat de FODMAP-rijke voeding een aantal weken weg en bouwt die daarna stap voor stap weer op. Zo ontdek je wat jíj verdraagt en in welke hoeveelheid, want dat verschilt sterk per persoon. Die opbouwfase weegt net zo zwaar als het weglaten: sla je hem over, dan eet je onnodig streng en loop je op den duur voedingsstoffen mis. Doe dit dieet daarom samen met een diëtist.
Recent herintroductieonderzoek liet zien welke FODMAP-groepen het vaakst problemen geven. Fructanen (in tarwe, ui en knoflook) waren bij 56 procent van de onderzochte mensen een trigger, mannitol bij 54 procent.10 Vaak volstaat het dus om een paar groepen te beperken in plaats van het hele schema. De PDS-belangenorganisatie legt het laag-FODMAP-dieet rustig uit voor een eerste indruk.
Naast FODMAP doen kalme eetgewoontes vaak meer dan mensen verwachten. Kleinere porties belasten de darm minder dan een zware maaltijd in één keer. Regelmaat, op tijd eten en rustig kauwen geven de darm een kalmer startsein. Oplosbare vezels zoals psyllium (vlozaad) maken de ontlasting soepeler; let daarbij op het type, want oplosbare vezels helpen terwijl zemelen (onoplosbare vezels) in onderzoek geen aantoonbaar voordeel gaven.4 Bouw vezels langzaam op, want te veel te snel geeft extra gas.
Eén valkuil komt vaak voor: tegelijk met het laag-FODMAP-dieet ook gluten schrappen, zuivel weglaten en koffie stoppen. Achteraf is dan onmogelijk te zeggen wat hielp. Eén aanpak tegelijk, lang genoeg volgehouden, geeft veel meer houvast. Op Thuisarts.nl staan de behandelopties bij PDS waarmee je samen met je huisarts een eerste keuze maakt.
Medicatie die klachten verzacht
Medicijnen verzachten losse klachten en horen bij je huisarts, die kiest wat past bij je belangrijkste klacht en je type PDS. Welk type je hebt en hoe dat je klachtenpatroon kleurt, lees je in het artikel over de typen PDS D, C en M.
Pepermuntoliecapsules zijn een logische eerste keus bij kramp en buikpijn. De olie ontspant de darmspier, zodat die minder krampt. In een grote analyse van meerdere onderzoeken kwam pepermuntolie naar voren als een van de sterkst werkende eenvoudige middelen tegen algehele PDS-klachten, samengevat in een ‘number needed to treat’ van ongeveer 2,5.5 Dat getal zegt hoeveel mensen je moet behandelen voordat er één extra opknapt bovenop wat een placebo al doet, dus ruwweg één op elke 2,5 gebruikers. Gebruik capsules met een maagsapresistente laag, zodat de olie pas in de darm vrijkomt; anders krijg je eerder last van opboeren. De capsules zijn zonder recept te koop.
Bij hardnekkige pijn schrijft een huisarts soms een lage dosis van een antidepressivum voor. Dat verrast, want je krijgt het hier voor de pijn, niet voor somberheid. In een lage dosis remt zo’n middel de pijnverwerking in de zenuwbanen tussen darm en hoofd, waardoor de overgevoelige lijn zachter doorgeeft. Dat het via de brein-darm-as werkt, maakt de klachten trouwens niet ’tussen de oren’; het effect is lichamelijk.6 De ATLANTIS-trial liet dit zien: laaggedoseerd amitriptyline als tweedelijnsbehandeling gaf na zes maanden een duidelijke verbetering van de PDS-klachten vergeleken met een placebo.6
Heb je vooral diarree, dan helpt loperamide om af en toe minder vaak te hoeven, bijvoorbeeld rond een reis of een lange vergadering; het is voor incidenteel gebruik. Bij overheersende verstopping houden macrogol of magnesium vocht in de darm vast, zodat de ontlasting zachter wordt. Oplosbare psylliumvezels werken beide kanten op en kun je langer gebruiken. Dit blijven symptoomverzachters: ze halen de scherpte van een klacht af, terwijl de overgevoeligheid zelf overeind blijft. De PDS-belangenorganisatie zet de medicijnen bij PDS per klacht op een rij, met werking en bijwerkingen.
Wat minder oplevert dan vaak wordt beloofd
Een eerlijk overzicht benoemt ook wat tegenvalt. Supplementen vormen een groot grijs gebied: een deel is onschuldig maar onbewezen en je betaalt er soms flink voor. Vraag bij je huisarts of apotheker na voordat je een duur potje koopt.
Ook bij middelen op recept schuift het beeld weleens. Mebeverine, een krampremmer die jarenlang veel werd voorgeschreven, wordt in de herziene NHG-Standaard uit 2022 niet meer aanbevolen.4 Slik je hem en helpt hij jou, stop dan niet op eigen houtje. Leg het voor bij je volgende afspraak, dan kun je samen kijken wat verstandig is. Probiotica liggen genuanceerder: bij sommige mensen lijken ze iets te doen, al is het bewijs wisselend en blijft onduidelijk welke soort bij wie past. Een proef van een paar weken kan, waarna je stopt zodra je niets merkt. Precies dat adviseren richtlijnen ook: een tijdgebonden proef in plaats van langdurig, duur gebruik. En een streng dieet dat je voor altijd volhoudt, werkt averechts, want het kost voedingsstoffen zonder dat het meerwaarde biedt. Het doel is juist weer zo gewoon mogelijk eten, met alleen die dingen aangepast waar jíj klachten van krijgt.

Psychologische behandeling weegt het zwaarst bij restklachten
Aan dit spoor denken veel mensen pas laat, terwijl het bewijs juist stevig is. Het idee erachter is eenvoudig. Omdat hoofd en buik continu in verbinding staan, kun je via je hoofd je darm rustiger leren reageren. Je traint de overgevoelige lijn om zachter door te geven. Dit zijn gerichte, praktische behandelingen, geen gesprekken over je jeugd.
Een grote netwerk-meta-analyse vergeleek de psychologische behandelingen bij PDS en zette darmgerichte hypnotherapie en cognitieve gedragstherapie (CGT) bovenaan qua bewijs en langetermijneffect.1 Een analyse van ruim veertig onderzoeken liet zien dat de winst een half jaar tot een jaar na de behandeling grotendeels behouden blijft.2 Daarin zit het verschil met veel medicijnen: stop je met een pil, dan keren de klachten meestal terug, terwijl een psychologische behandeling je iets léért wat beklijft. Bij dat bewijs hoort een kanttekening die je zelden hoort. Zulke behandelingen zijn moeilijk blind te onderzoeken en de kwaliteit van de studies wisselt, waardoor de gevonden effecten waarschijnlijk aan de gunstige kant zijn ingeschat.1 De Nederlandse richtlijn zegt er zelf bij dat de effecten vaak klein zijn en de kwaliteit van het bewijs laag.3 Dat maakt het spoor niet minder waardevol; het houdt de verwachting eerlijk.

Bij cognitieve gedragstherapie leer je de gedachten en gewoontes herkennen die je klachten versterken en ga je daar anders mee om. Een groot multicenter-onderzoek liet zien dat al een korte vorm van vier sessies de klachten bij een flink deel van de mensen vermindert, vergelijkbaar met een volledig protocol van tien sessies.7 Ook CGT via internet of telefoon, met beperkte begeleiding, werkte goed bij aanhoudende klachten: in de ACTIB-trial haalde 72,8 procent via telefoon-CGT een klinisch relevante verbetering, tegenover 44,3 procent bij gebruikelijke zorg.8 Hoe zo’n traject verloopt, beschrijft het artikel over cognitieve gedragstherapie bij PDS.
Bij darmgerichte hypnotherapie word je begeleid naar een diep ontspannen toestand en gebruik je rustige suggesties die op je darm zijn gericht. De aanpak is goed onderzocht en helpt een groot deel van de mensen, ook bij langer bestaande klachten. In een grote Nederlandse multicenter-studie waren zowel individuele als groepshypnotherapie duidelijk effectiever dan alleen educatie.14 Wat zo’n traject inhoudt, lees je in het artikel over hypnotherapie bij PDS.
Mindfulness leert je anders reageren op de signalen uit je buik: ze opmerken en even laten voor wat ze zijn, in plaats van er meteen op te schieten. Een gerandomiseerde studie gaf bij vrouwen met PDS duidelijk minder ernstige darmklachten en een betere kwaliteit van leven.11 En acceptatiegerichte behandeling (ACT) richt zich op stoppen met vechten tegen de klachten, zodat ze minder ruimte innemen. De Nederlandse richtlijn noemt op ontspanning gerichte behandelingen dan ook een passende keuze, meestal met een gedeeltelijke vermindering en weinig bijwerkingen.3
Blijven je klachten ondanks aangepaste voeding en medicatie, dan kan juist een brein-darm-behandeling het verschil maken. Bij Praktijk Vincerò begeleid ik mensen met PDS hierbij, altijd complementair aan de zorg van je huisarts, met hypnotherapie, CGT, ACT of mindfulness. Je kiest dus het een naast het ander. Welke aanpak bij jouw klachten past, weegt het artikel over welke behandeling bij PDS past verder af.
Hoe een brein-darm-behandeling op je gevoeligheid ingrijpt
Dit deel verdient wat meer uitleg, want hier zijn mensen het meest verrast. Hoe kan iets wat je in je hoofd doet, je buik rustiger laten reageren?
Het antwoord ligt in hoe pijn ontstaat. Pijn voelt alsof hij rechtstreeks uit de darm komt, maar je brein maakt hem. Je darm stuurt signalen en je brein weegt op grond daarvan hoe sterk je de pijn voelt. Die weging hangt af van meer dan de prikkel alleen: ook van spanning, van hoe gespitst je aandacht is en van hoe veilig of bedreigend je brein de situatie inschat. Bij PDS staat die weging gevoeliger afgesteld dan gemiddeld, waardoor dezelfde prikkel eerder als pijn binnenkomt.
Een onderzoek met hersenscans liet daar iets van zien. Deelnemers kregen darmgerichte hypnotherapie of uitleg over PDS. Bij iedereen die opknapte, in beide groepen, reageerden de pijnverwerkende hersengebieden daarna minder sterk op dezelfde darmprikkel, richting het patroon van mensen zonder PDS.12 De klachten namen in beide groepen ongeveer evenveel af, terwijl per groep deels andere hersengebieden meebewogen. De onderzoekers schrijven er zelf bij dat nog onduidelijk is hoe hypnotherapie precies zijn werk doet. Wel laat het zien dat de manier waarop je brein darmsignalen verwerkt, kan verschuiven. Daar mikken deze behandelingen op.
CGT grijpt op dezelfde weging in, maar via gedachten en gedrag. De catastroferende gedachte (‘het wordt nooit beter’), de drang om alles te controleren en het vermijden van situaties houden de weging hoog. Ze bijstellen verlaagt letterlijk de drempel waarop je darm reageert. Mindfulness werkt langs een derde route: je leert een darmsignaal eerst opmerken en even laten, voordat je erop reageert. Die korte pauze verlaagt de spanning rond de sensatie en daarmee de lus die de klacht versterkt. ACT legt het accent weer anders, op stoppen met de strijd tegen de klachten. Veel mensen steken enorm veel energie in vermijden en controleren en juist dat houdt de gevoeligheid warm. Wie de klachten leert laten bestaan zonder erdoor bepaald te worden, maakt zijn leven groter dan de klacht.
Een concreet voorbeeld maakt het navoelbaar. Wie plekken zonder wc blijft mijden, houdt de aandacht rond de darm voortdurend hoog, waardoor die darm ook voortdurend meer signalen krijgt. Wie zulke situaties stap voor stap weer opzoekt, merkt dat de spanning zakt en de klachten minder opdringen. Dat is precies hoe het systeem werkt.
Wil je weten hoe behandelingen aangrijpen op het enterisch zenuwstelsel, het zenuwnetwerk in je darm zelf, dan gaat het artikel over behandelingen die het zenuwstelsel in je darm kalmeren daar dieper op in.
Waarom restklachten juist hier baat bij hebben
Houden je klachten aan ondanks een aangepast dieet en medicatie? Dan ligt dat zelden aan onwil of aan iets wat je verkeerd doet. Een deel van de mensen houdt klachten na de gebruikelijke behandelingen; hoe groot die groep is, verschilt sterk per onderzoek omdat “hardnekkig PDS” nergens hetzelfde wordt gedefinieerd.13 Bij die groep zit de winst meestal in het aanpakken van de overgevoeligheid en de instandhoudende factoren, meer dan in strenger eten.
Die instandhoudende cirkel verklaart veel. PDS kan op allerlei manieren beginnen: na een darminfectie, na een periode van veel stress of geleidelijk zonder duidelijk moment. Eenmaal aanwezig gaat een vast patroon als brandstof werken. Je hebt buikpijn, je maakt je zorgen, de spanning maakt de darm gevoeliger, je merkt elke beweging scherper en je gaat situaties mijden om klachten voor te zijn. Daardoor krimpt je wereld en groeit de spanning en zo blijft de cirkel draaien, los van hoe hij ooit begon.
Dit verklaart een frustrerende ervaring. Je eet zorgvuldig en je mijdt stressvolle plekken en tóch blijven de klachten. Logisch, want voeding pakt de prikkels aan en medicatie verzacht de symptomen, terwijl de cirkel zelf blijft draaien. Zodra je die cirkel ergens doorbreekt, verandert er iets structureels.
Daar zijn psychologische behandelingen op gebouwd: ze pakken de factoren aan die de klacht nú onderhouden. Juist bij deze groep is het bewijs voor die aanpak het sterkst.1 Daarom is het een logische volgende stap zodra voeding en medicatie hun werk grotendeels hebben gedaan, in plaats van een laatste redmiddel.
De richtlijn voor zorgverleners beschrijft de psychologische behandelingen bij PDS uitgebreider voor wie de onderbouwing wil lezen. Een volledig overzicht van behandelingen bij PDS legt alle sporen naast elkaar.
Hoe de sporen samenwerken
De sporen zijn geen los van elkaar staande alternatieven; ze pakken elk een ander deel van het probleem en samen reiken ze verder dan elk afzonderlijk.
Voeding vermindert de prikkels die de darm binnenkomen: minder FODMAP’s betekent minder gas, minder druk en minder prikkeling van de darmwand. De gevoeligheid van die wand blijft daarbij gelijk. Medicatie verzacht een klacht op het moment zelf, met minder kramp, soepelere ontlasting of minder pijn, terwijl de afstelling scherp blijft staan. Een psychologische behandeling grijpt precies daarop in: ze verlaagt de gevoeligheid van het systeem, zodat dezelfde prikkel zachter aankomt en ze werkt op de spanning, aandacht en vermijding die de gevoeligheid onderhouden.
Combineer je voeding met een behandeling die de gevoeligheid verlaagt, dan pak je beide kanten: minder prikkels én een systeem dat er rustiger op reageert. De Nederlandse richtlijn adviseert daarom een getrapte, elkaar aanvullende aanpak.3 De praktische volgorde ligt voor de hand. Verklein eerst de prikkelstroom met voeding, demp waar nodig de ergste uitschieters met medicatie en geef een psychologische behandeling daarna de ruimte om het systeem structureel rustiger te maken.

Kiezen wat bij je past
Eén beste behandeling voor iedereen bestaat er niet; de onderzoeken wijzen geen duidelijke winnaar aan tussen de psychologische vormen.1 Dat is goed nieuws, want het betekent dat je opties hebt en nergens aan vastzit. De keuze hangt af van je type klachten, van wat je al probeerde en van wat bij je past.
Verdeel het werk over de juiste mensen. Een diëtist denkt mee over voeding en het FODMAP-traject. Je huisarts gaat over de diagnose en de medicatie. Een therapeut richt zich op de brein-darm-kant en op de spanning en gewoontes die de klachten onderhouden. Die rollen vullen elkaar aan. Springen tussen al die hulp door, zonder één ding echt de kans te geven, levert weinig op. Het artikel over psychologische behandeling bij PDS laat zien wanneer welke vorm het meest logisch is.
Houd één ding tegelijk aan en geef het de tijd. Wie tien dingen door elkaar probeert, weet achteraf zelden wat hielp en bij een terugval evenmin. Geef een aanpak minstens een paar weken voordat je oordeelt. Veel behandelingen doen pas na vier tot acht weken hun werk, voeding heeft een opbouwfase en bij een psychologische behandeling leer je vaardigheden, wat tijd kost. Geduld is hier een praktische voorwaarde.
Kort bijhouden wat je doet, helpt daarbij meer dan het lijkt. Drie dingen volstaan: wat je at, hoe je je voelde en de klachten op een schaal van één tot tien. Na een paar weken zie je in zulke notities patronen die je op gevoel zou missen en of een aanpak aanslaat voordat je hem opgeeft. Zo’n overzicht maakt ook het gesprek met je huisarts of diëtist concreter.
Blijf realistisch over de uitkomst. De meeste behandelingen geven een gedeeltelijke vermindering en dat is vaak al veel waard: minder pijn, minder aandrang, minder angst voor de volgende keer en meer rust in je dag. Voor veel mensen is ‘weer durven afspreken’ of ‘een werkdag draaien zonder de hele dag aan je buik te denken’ een grote stap vooruit. Wie meerdere sporen rustig combineert en de tijd neemt, heeft de beste kans om grip terug te krijgen. Het artikel over grip krijgen op je PDS-klachten sluit daar met een praktische invalshoek op aan.
Veelgestelde vragen
Is er één beste behandeling bij PDS?
Onderzoek wijst geen duidelijke winnaar aan. Wat het beste werkt, verschilt per persoon en per type klachten. Daarom is uitproberen, één ding tegelijk, vaak de slimste route.
Moet ik eerst alles met voeding proberen?
Voeding is voor veel mensen een logische eerste stap, al is het zelden het hele verhaal. Helpt het FODMAP-dieet onvoldoende, dan is dat geen falen, maar juist een reden om naar de brein-darm-kant te kijken.
Werkt het echt of is het een placebo-effect?
De best onderzochte behandelingen, CGT en darmgerichte hypnotherapie, doen het in goed opgezette studies duidelijk beter dan alleen uitleg of een wachtlijst.1 Echt blinderen kan bij zo’n behandeling niet, dus hoeveel van het effect verwachting is, valt niet hard te scheiden. Geen enkele aanpak werkt bij iedereen.
Waarom schrijft de arts een antidepressivum voor als ik me prima voel?
Een lage dosis remt de pijnverwerking in de zenuwbanen; het gaat om de pijn, niet om je stemming. De werking is lichamelijk, ook wanneer je je goed voelt.
Hoe lang duurt het voordat ik iets merk?
Dat hangt van het spoor af. Pepermuntolie of een medicijn merk je vaak binnen enkele weken. Bij voeding tellen de FODMAP-fase plus de opbouw op tot enkele maanden en een psychologische behandeling vraagt ook weken tot maanden, omdat je iets aanleert. Geef een aanpak dus echt de tijd.
Wat als ik zowel voedingsklachten als veel stress heb?
Juist bij die combinatie levert een parallelle aanpak het meeste op: voeding met een diëtist en tegelijk werken aan de brein-darm-kant. Het hoeft niet gelijktijdig te starten, maar samen pakken ze de cirkel op meerdere plekken tegelijk aan.
Samen een eerste stap kiezen
Begin klein. Kies één spoor dat bij je past, geef het rustig de tijd en houd kort bij wat het doet, zodat je na een paar weken iets in handen hebt om op terug te kijken.
Bij Praktijk Vincerò begeleid ik mensen met PDS-klachten die ondanks voeding en medicatie blijven vastlopen, met hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie, ACT of mindfulness, altijd complementair aan de zorg van je huisarts en eventueel je diëtist. Wil je uitzoeken welke stap voor jou logisch is, dan kun je vrijblijvend kennismaken; we kijken samen naar wat er speelt en wat een goede eerste stap zou zijn. Ik werk als Psychosociaal Therapeut in opleiding en doe geen beloftes, wel een eerlijk plan dat bij jou past.
Geactualiseerd: augustus 2026
Bronnen
- Black e.a. (2020). Netwerk-meta-analyse van psychologische behandelingen bij PDS, Gut.
- Laird e.a. (2016). Meta-analyse van psychologische behandelingen bij PDS, Clinical Gastroenterology and Hepatology.
- Multidisciplinaire richtlijn Prikkelbaredarmsyndroom (NVMDL/NHG), herzien 2022 (FODMAP en psychologische behandelingen).
- NHG-Standaard Prikkelbaredarmsyndroom (PDS), Nederlands Huisartsen Genootschap, tweede herziening november 2022 (pepermuntolie, vezels en de krampremmers die niet langer worden aanbevolen).
- Ford e.a. (2008). Vezels, spasmolytica en pepermuntolie bij PDS, BMJ.
- Ford e.a. (2023, ATLANTIS). Laaggedoseerd amitriptyline als tweedelijns behandeling bij PDS, Lancet.
- Lackner e.a. (2018). Cognitieve gedragstherapie bij PDS, multicenter-RCT, Gastroenterology.
- Everitt e.a. (2019, ACTIB-trial). Telefoon- en internet-CGT bij PDS, Gut.
- Mertz e.a. (1995). Rectale barostat, verlaagde pijndrempels bij PDS, Gastroenterology.
- Van den Houte e.a. (2024). Geblindeerde herintroductie van FODMAP-groepen, Gastroenterology 167(2):333-342. PMID 38401741.
- Gaylord e.a. (2011). Mindfulnesstraining bij vrouwen met PDS, American Journal of Gastroenterology.
- Lowén e.a. (2013). fMRI, verminderde hersenrespons na hypnotherapie bij PDS, Alimentary Pharmacology and Therapeutics.
- Peng e.a. (2021). Refractair PDS en de rol van darmgerichte hypnotherapie, Journal of Gastrointestinal and Liver Diseases.
- Flik e.a. (2019, IMAGINE-trial). Individuele en groepshypnotherapie versus educatie bij PDS, multicenter-RCT, The Lancet Gastroenterology & Hepatology.
- Staudacher e.a. (2017). Placebo-gecontroleerde RCT van het laag-FODMAP-dieet bij PDS, Gastroenterology 153(4):936-947. PMID 28625832.
- Böhn e.a. (2015). Laag-FODMAP-dieet versus traditioneel voedingsadvies bij PDS, RCT, Gastroenterology 149(6):1399-1407. PMID 26255043.
Dit artikel is met zorg samengesteld als algemene informatie en kan onvolledig zijn; het is geen persoonlijk medisch advies. Overleg bij klachten of twijfel altijd met je huisarts of een bevoegde behandelaar. Praktijk Vincerò aanvaardt geen aansprakelijkheid voor keuzes op basis van deze tekst.

