Je bent al bij meerdere artsen geweest, de uitslagen zijn schoon en toch heb je elke dag pijn. Dat is goed te verklaren. Bij een chronisch pijnsyndroom is de pijn zelf de aandoening geworden: het systeem dat pijn maakt, is anders gaan werken. En omdat het om een afstelling gaat, is er ook een weg om die rustiger te krijgen.
Houden je pijnklachten al maanden aan of veranderen ze van karakter? Laat je huisarts eerst een lichamelijke oorzaak uitsluiten. Wat hier staat, is algemene uitleg over het mechanisme achter langdurige pijn, geen persoonlijke diagnose of behandeladvies. De uitleg gaat ervan uit dat een arts al naar je klachten heeft gekeken.
Wat is een chronisch pijnsyndroom?
Een chronisch pijnsyndroom is pijn die zo lang aanhoudt dat de pijn zelf het probleem is geworden, los van de wond of ziekte die hem ooit veroorzaakte. De pijn duurt langer dan drie maanden, gaat samen met flinke last of beperking en staat los van weefsel dat nog aan het herstellen is. Waar pijn eerst een boodschapper was, is hij nu de aandoening zelf.
Dat is een vrij nieuwe manier van kijken. Lang zagen artsen pijn vooral als gevolg: er was iets kapot en de pijn wees daarnaar. Bij langdurige pijn klopt dat beeld vaak niet meer. De oorspronkelijke oorzaak is genezen of nooit gevonden en toch blijft de pijn. Sinds 2022 heeft de Wereldgezondheidsorganisatie hier een eigen plek voor in haar lijst van diagnoses: chronische primaire pijn, pijn als een ziekte op zichzelf.1 Fibromyalgie is daar het bekendste voorbeeld van.2
Pijn als symptoom of pijn als ziekte, wat is het verschil?
Het verschil zit in de vraag of de pijn nog ergens naar verwijst. Bij acute pijn doet hij dat: je verzwikt je enkel en de pijn waarschuwt dat daar iets beschadigd is. Zodra de enkel geneest, verdwijnt de pijn. Hij was een symptoom. Bij een chronisch pijnsyndroom is die koppeling losgeraakt: de pijn blijft, ook als er niets meer te genezen valt. Dan is de pijn de aandoening zelf.
Om dat te begrijpen helpt het te weten dat pijn meerdere gedaanten heeft. Pijnwetenschappers onderscheiden drie soorten en die verschillen vooral in waar ze vandaan komen.
De eerste is nociceptieve pijn (pijn door weefselschade, zoals bij een snijwond, een botbreuk of een verstuiking). Hier is echt iets beschadigd en de pijn meldt dat. De tweede is neuropathische pijn (pijn door schade aan een zenuw zelf, bijvoorbeeld bij een beknelde zenuw of bij zenuwschade door diabetes). Hier is de bedrading kapot en stuurt de zenuw verkeerde signalen.
De derde soort is de jongste en juist die hoort bij een chronisch pijnsyndroom: nociplastische pijn (pijn waarbij er geen aantoonbare schade is aan weefsel of zenuwen, maar het pijnsysteem zelf anders is gaan werken). De term werd in 2016 voorgesteld door een groep pijnonderzoekers en in 2017 overgenomen door de internationale pijnorganisatie IASP.3 Het weefsel is heel en toch ontstaat er pijn, doordat het zenuwstelsel prikkels anders verwerkt.
Deze drie soorten doen even veel zeer. Ze komen alleen ergens anders vandaan.

Figuur 1. Pijn kent drie soorten. Ze verschillen vooral in waar ze vandaan komen. Een chronisch pijnsyndroom hoort bij de derde.
Hoe kan pijn een ziekte op zichzelf worden?
Doordat het pijnsysteem na verloop van tijd zijn eigen gevoeligheid opvoert. Pijn ontstaat in je zenuwstelsel: je lichaam stuurt signalen en je brein weegt af of het alarm moet slaan. Bij een chronisch pijnsyndroom is dat afwegingssysteem overgevoelig geworden. Het slaat sneller en harder alarm, ook zonder nieuwe schade.
Dit mechanisme heet centrale sensitisatie (de toestand waarbij je centrale zenuwstelsel, dus je hersenen en ruggenmerg, pijnsignalen blijvend versterkt).4 De signalen zelf zijn gewoon; het is de versterking die is doorgeslagen. Hetzelfde lichaam, dezelfde aanraking en toch meer pijn, omdat het systeem dat de signalen verwerkt anders staat afgesteld.
Dat dit gebeurt, is in hersenonderzoek zichtbaar gemaakt. Toen mensen met en zonder fibromyalgie dezelfde druk op hun duim kregen, lichtten de pijnverwerkende hersengebieden bij de groep met fibromyalgie veel sterker op. Om bij beide groepen evenveel pijn op te wekken, was bij fibromyalgie minder druk nodig.6 Hun brein maakte dus meer pijn van dezelfde prikkel, doordat hun pijnsysteem de signalen versterkt doorgaf.
Er spelen drie dingen tegelijk. De pijndrempel ligt lager, waardoor prikkels die normaal niets doen al pijn geven. Prikkels die snel achter elkaar komen tellen sterker op en blijven langer hangen. En de lichaamseigen pijnrem, die pijn normaal afzwakt, werkt minder goed.5 Samen houden die drie het pijnsysteem bijna voortdurend op scherp. Hoe dit werkt en hoe je het rustiger kunt helpen worden, lees je in het artikel over centrale sensitisatie.

Figuur 2. Bij een chronisch pijnsyndroom versterkt het pijnsysteem prikkels op drie manieren tegelijk. In het brein is te zien dat dezelfde prikkel harder binnenkomt.
Dit komt zelden uit het niets. Vaak is er een samenspel: aanleg, een periode van veel stress of overbelasting, slecht slapen en soms een aanleiding zoals een infectie, een ongeval of een operatie. Geen daarvan is in z’n eentje de oorzaak. Het is eerder dat het systeem op een gegeven moment de alarmstand niet meer goed loslaat. Eenmaal in die stand kan de pijn zichzelf in stand houden, ook als de eerste aanleiding allang weg is.
Waarom vinden artsen dan niets?
Omdat de standaardonderzoeken op de verkeerde plek zoeken. Een foto, een scan of een bloedtest is gemaakt om schade, ontsteking of afwijkingen in je weefsel op te sporen. Bij een chronisch pijnsyndroom zit het probleem ergens anders: in de manier waarop je zenuwstelsel prikkels verwerkt en dat is met die onderzoeken niet te zien. De uitslag is schoon omdat het probleem op een ander niveau ligt.
Dat verklaart een van de meest verwarrende ervaringen bij langdurige pijn: de kloof tussen wat je voelt en wat de uitslagen laten zien. Je hebt elke dag pijn en toch zegt de foto dat alles in orde is. Veel mensen gaan dan aan zichzelf twijfelen of voelen zich niet geloofd. Begrijpelijk, maar het is een misverstand: een schone uitslag betekent dat je pijn een ander soort oorzaak heeft, een die je niet op een foto ziet.
Dat de onderzoeken niets vinden, is eigenlijk zelf een aanwijzing; het hoort bij dit type pijn. Ook Thuisarts beschrijft chronische pijn als pijn die ooit begon als waarschuwing dat er iets beschadigd was en die bleef terwijl die waarschuwing allang niet meer nodig is.
Is mijn pijn dan wel echt?
Ja. Nociplastische pijn is echt gevoelde pijn, met een lichamelijk mechanisme eronder. Het verschil met een wond zit in de herkomst: de pijn komt uit een overgevoelig zenuwstelsel in plaats van uit beschadigd weefsel.
Het oude idee “het zit tussen je oren” heeft veel mensen beschadigd, omdat het werd gebruikt om klachten weg te wuiven. De pijnwetenschap zegt iets anders: alle pijn wordt in het zenuwstelsel gemaakt, bij iedereen, ook bij een gebroken been. Hoe dat misverstand ontstond, lees je in pijn zit in het brein, niet tussen je oren.
Op het hoogste niveau is dat inmiddels ook vastgelegd. Toen de Wereldgezondheidsorganisatie chronische primaire pijn een eigen plek in haar diagnoselijst gaf, kreeg langdurige pijn de status van een zelfstandige aandoening. In Nederland adviseerde de Gezondheidsraad in 2024 om fibromyalgie te erkennen als een echt gezondheidsprobleem en mensen met een open houding tegemoet te treden, ook bij bijvoorbeeld een beoordeling voor werk.
Die erkenning is meer dan een prettig gevoel. Het gevoel niet serieus genomen te worden hangt samen met een slechtere geestelijke gezondheid bij mensen met deze klachten.7 De spanning van het steeds moeten bewijzen houdt het pijnsysteem mee op scherp. Erkenning hoort daarom bij het verhaal.
Hoort fibromyalgie hier ook bij?
Ja, fibromyalgie is het bekendste voorbeeld van een chronisch pijnsyndroom. Toen de Wereldgezondheidsorganisatie de categorie chronische primaire pijn invoerde, kreeg fibromyalgie daar een vaste plek in.2 Het is het schoolvoorbeeld van pijn die een ziekte op zichzelf is geworden: wijdverspreide pijn, zonder aantoonbare schade, door een overgevoelig pijnsysteem.
Tegelijk is “chronisch pijnsyndroom” een bredere term dan fibromyalgie alleen. Het is een overkoepelend begrip voor langdurige pijn die niet meer naar een duidelijke oorzaak verwijst. Fibromyalgie is daar een specifieke vorm van, met een eigen patroon: pijn over het hele lichaam, samen met vermoeidheid, slecht slapen en vaak concentratieproblemen. Wat fibromyalgie precies is en hoe je het herkent, staat in wat is fibromyalgie.
Het mechanisme erachter, centrale sensitisatie, komt bij meer aandoeningen voor. Pijnonderzoekers spreken daarom van centrale sensitiviteitssyndromen: een groep aandoeningen die een overgevoelig pijnsysteem delen.8 Naast fibromyalgie horen daar bijvoorbeeld het prikkelbaredarmsyndroom, langdurige vermoeidheid en sommige vormen van hoofdpijn bij. Dat verklaart waarom mensen met fibromyalgie vaak ook darmklachten of terugkerende hoofdpijn hebben: het is één zenuwstelsel dat op meerdere plekken te gevoelig staat afgesteld. Bespreek nieuwe of veranderende klachten altijd met je huisarts, maar weet dat ze bij dit beeld kunnen passen.
Wat kun je doen aan een chronisch pijnsyndroom?
Het belangrijkste eerst: het systeem dat de pijn maakt, kun je rustiger helpen worden. Er valt dus meer te doen dan ermee leren leven. Omdat de pijn in je zenuwstelsel ontstaat, ligt daar ook je invloed: je werkt aan hoe je brein met pijnsignalen omgaat en dus aan de bron zelf.
Wat het breedst wordt aangeraden, is rustig in beweging blijven. Bewegen is de enige aanpak waarvoor de Europese reumatologen een sterke aanbeveling geven bij fibromyalgie.9 Het gaat dan om je lichaam laten ervaren dat bewegen veilig is, niet om presteren. Belangrijk daarbij is je energie bewust verdelen, zodat je niet in de val trapt van te veel doen op een goede dag en daarna dagen platliggen. Rustig en gedoseerd opbouwen voorkomt dat.
Net zo belangrijk is begrijpen hoe je pijn werkt. Dat heet pijneducatie: uitleg over hoe pijn in het zenuwstelsel ontstaat, zodat je brein de signalen minder snel als gevaar inschat. Een overzicht van studies liet zien dat pijneducatie samengaat met minder pijn, beter functioneren en gunstiger gedachten over de pijn.10 Een latere samenvatting vond na pijneducatie ook een daling van de pijnintensiteit.11 Mensen met langdurige pijn leren dit soort dingen ook bij een pijnrevalidatie: minder vechten tegen de pijn en weer doen wat je belangrijk vindt.
Bij Praktijk Vincerò begin ik vaak met pijneducatie, zodat je snapt wat er in je lichaam gebeurt. Van daaruit kijken we hoe je je zenuwstelsel rustiger leert reageren, met vormen als cognitieve gedragstherapie, ACT en hypnotherapie. Cognitieve gedragstherapie helpt je anders omgaan met gedachten en gedrag rond de pijn en is op de psychologische as het best onderbouwd.12 ACT (een vorm waarin je leert de pijn meer toe te laten in plaats van ertegen te vechten) richt zich op wat je ondanks de pijn weer wilt doen.13 Hypnotherapie werkt met diepe ontspanning en suggestie op datzelfde overgevoelige systeem.14 Het bewijs voor deze vormen is bescheiden maar echt: niets is een wondermiddel, veel helpt iets en ze zijn veilig om te proberen. Dat doen we altijd naast de zorg van je huisarts of specialist.
Eerlijk is eerlijk: een overgevoelig zenuwstelsel tover je niet weg. Maar het kan wel rustiger leren reageren. Dat vermogen om nieuwe patronen te vormen heet neuroplasticiteit: wat je zenuwstelsel heeft aangeleerd, kan het ook deels afleren. Voor een deel van de mensen betekent dat minder pijn, minder spanning, beter slapen of meer grip op de dag. Hoeveel het oplevert, verschilt per persoon. Het is een echte mogelijkheid, geen garantie. De richting klopt wel: je werkt op de plek waar de pijn vandaan komt.
Wil je begrijpen wat er in je lichaam gebeurt en je zenuwstelsel rustiger leren reageren? Bij Praktijk Vincerò begeleid ik mensen met langdurige pijn en fibromyalgie, met pijneducatie, cognitieve gedragstherapie, ACT en hypnotherapie, altijd naast de zorg van je huisarts of specialist. Plan een vrijblijvende kennismaking en ontdek wat bij je past.
Wanneer eerst naar je huisarts?
Therapie vervangt geen medische zorg. Een lichamelijke oorzaak hoort eerst door je huisarts of specialist te worden uitgesloten. Bij nieuwe of veranderende klachten of bij alarmsignalen ga je daar langs. Bij twijfel hoort het oordeel bij je arts. Complementaire begeleiding komt daarnaast, nooit in de plaats ervan.
Veelgestelde vragen
Is een chronisch pijnsyndroom hetzelfde als fibromyalgie?
Niet helemaal. “Chronisch pijnsyndroom” is een overkoepelende term voor langdurige pijn die een ziekte op zichzelf is geworden. Fibromyalgie is daar een specifieke vorm van, met pijn over het hele lichaam plus vermoeidheid, slaapproblemen en concentratieklachten. Fibromyalgie valt dus onder de bredere noemer, maar niet elk chronisch pijnsyndroom is fibromyalgie.
Kan een chronisch pijnsyndroom ontstaan zonder duidelijke aanleiding?
Ja. Soms is er een aanwijsbare start: een infectie, een ongeval of een operatie. Vaker is er een samenspel van aanleg, een periode van veel stress of overbelasting en slecht slapen, zonder één moment waarop het begon. Het pijnsysteem raakt dan geleidelijk in de alarmstand en houdt zichzelf daarna in stand. Stress, slaap en aandacht bepalen mee hoe hard dat alarm afgaat, net als bij alle pijn.
Gaat een chronisch pijnsyndroom ooit weg?
Dat verschilt per persoon en valt niet te beloven. Een overgevoelig zenuwstelsel verdwijnt zelden als een knop. Wel kan het rustiger leren reageren, zodat de pijn minder ruimte inneemt. Een deel van de mensen ervaart flink minder klachten. Begrijpen hoe de pijn werkt en je zenuwstelsel leren kalmeren, naast de zorg van je arts, geeft de meeste mensen meer grip.
Van uitleg naar een eerste stap
Een gevoelig afgesteld pijnsysteem laat zich ook weer bijstellen. Dat lukt niet door harder te duwen of de pijn weg te denken, maar door je zenuwstelsel stap voor stap te laten ervaren dat het rustiger mag: met uitleg, beweging, ontspanning en gerichte begeleiding.
Klaar voor een volgende stap? Je hoeft het niet alleen uit te zoeken. Bij Praktijk Vincerò werk ik met mensen die langdurige pijn rustiger willen leren maken, met pijneducatie, cognitieve gedragstherapie, ACT en hypnotherapie, altijd naast je huisarts en specialist. Benieuwd of dit bij jou past? Plan een vrijblijvende kennismaking. We kijken samen welke route haalbaar voelt.
Bronnen
- Treede, R.D., e.a. (2019). Pain, 160(1), 19-27.
- Nicholas, M., e.a. (2019). Pain, 160(1), 28-37.
- Kosek, E., e.a. (2016). Pain, 157(7), 1382-1386.
- Woolf, C.J. (2011). Pain, 152(3 Suppl), S2-S15.
- Clauw, D.J. (2014). JAMA, 311(15), 1547-1555.
- Gracely, R.H., e.a. (2002). Arthritis & Rheumatism, 46(5), 1333-1343.
- Kool, M.B., e.a. (2010). Annals of the Rheumatic Diseases, 69(11), 1990-1995.
- Yunus, M.B. (2007). Seminars in Arthritis and Rheumatism, 36(6), 339-356.
- Macfarlane, G.J., e.a. (2017). Annals of the Rheumatic Diseases, 76(2), 318-328.
- Louw, A., e.a. (2016). Physiotherapy Theory and Practice, 32(5), 332-355.
- Suso-Martí, L., e.a. (2022). Pain Medicine, 23(11), 1837-1850.
- Mascarenhas, R.O., e.a. (2021). JAMA Internal Medicine, 181(1), 104-112.
- Eastwood, F., & Godfrey, E. (2024). British Journal of Pain, 18(3), 243-256.
- Bernardy, K., e.a. (2011). BMC Musculoskeletal Disorders, 12, 133.
Gepubliceerd: 25 juni 2026. Laatst bijgewerkt: 10 juli 2026.
Dit artikel is met zorg samengesteld, maar kan onvolledig of onjuist zijn en vormt algemene informatie, geen persoonlijk medisch advies. Raadpleeg bij klachten of twijfel altijd je huisarts of een bevoegde behandelaar; Praktijk Vincerò is niet aansprakelijk voor keuzes op basis van deze tekst.

