Bij fibromyalgie voel je pijn terwijl onderzoek een wond, ontsteking of beschadigde zenuw juist uitsluit. Die pijn heeft sinds enkele jaren een eigen, officieel erkende naam: nociplastische pijn. Het is het derde soort pijn, naast pijn door schade en pijn door een kapotte zenuw en fibromyalgie is er het schoolvoorbeeld van. Eindelijk een mechanisme en een naam voor wat je al jaren voelt.
Welk soort pijn je precies hebt, stelt een arts vast. Juist om schade of een beschadigde zenuw uit te sluiten is medisch onderzoek nodig. De tekst hieronder is algemene informatie, geen diagnose of persoonlijk advies. Ga bij nieuwe of veranderende klachten langs je huisarts; dit artikel gaat ervan uit dat een arts al heeft meegekeken.
Wat is nociplastische pijn?
Nociplastische pijn is pijn die ontstaat doordat je pijnsysteem zelf anders is gaan werken, terwijl je lichaam intact is. De pijn is even echt als bij een gebroken been; de oorzaak ligt in de manier waarop je zenuwstelsel prikkels verwerkt, in de verwerking dus, in plaats van in het weefsel. Pijnwetenschappers rekenen het tot een eigen, derde pijntype en fibromyalgie geldt als het duidelijkste voorbeeld ervan.
Dat je scans en bloedonderzoek “niets vinden”, past dus precies in het beeld. Zulk onderzoek is gemaakt om schade en ontstekingen op te sporen. Een pijnsysteem dat overgevoelig staat afgesteld, valt daarbuiten. Voor veel mensen keert daarmee iets belangrijks om: van “er is niets, dus wat heb ik dan?” naar “er is een mechanisme en het heeft een naam”.
De drie soorten pijn op een rij
Pijnwetenschappers onderscheiden drie soorten pijn. Twee ervan ken je waarschijnlijk uit ervaring, ook al gaf je ze nooit een naam. Ze zijn alle drie even echt; het verschil zit in de oorzaak.
Pijn door schade (nociceptieve pijn). Dit bedoelen de meeste mensen als ze “pijn” zeggen. Je verstuikt je enkel, je snijdt in je vinger, je hebt een ontsteking. Er is schade aan weefsel en je zenuwen geven dat door. De pijn laat weten dat er iets beschadigd is; los je de oorzaak op, dan zakt meestal ook de pijn.
Pijn door een kapotte zenuw (neuropathische pijn). Hier zit het probleem in de bedrading zelf. Een zenuw is beschadigd of beklemd en stuurt daardoor verkeerde signalen: denk aan een beknelde zenuw in je rug of de tintelende, brandende pijn die bij sommige zenuwaandoeningen hoort. De Hersenstichting beschrijft hoe schade in het zenuwstelsel pijn kan geven zonder duidelijke aanleiding.
Pijn door een overgevoelig pijnsysteem (nociplastische pijn). Bij deze derde vorm blijft het weefsel heel en doen de zenuwen hun werk. Toch is het pijnsysteem anders afgesteld geraakt en maakt het van gewone prikkels echte pijn. Dit is het type dat bij fibromyalgie op de voorgrond staat.

Figuur 1. Drie soorten pijn, elk even echt maar met een andere oorzaak. Nociplastische pijn is het type bij fibromyalgie. Bron: Kosek e.a. (2016), overgenomen door de IASP.
Vergelijk het met drie redenen waarom een lamp niet brandt. Soms is het peertje stuk, soms is de draad kapot en soms staan peertje en draad prima maar is de schakelaar verkeerd afgesteld. In alle drie de gevallen is er echt iets aan de hand, maar je verhelpt ze geen van de drie op dezelfde manier. Bij fibromyalgie zit het probleem bij de afstelling, niet bij het peertje of de draad.
Hoe kan er pijn zijn zonder dat er iets kapot is?
Dit is de vraag die mensen met fibromyalgie zo vaak krijgen, vaak met een twijfelende blik erbij. Het antwoord zit in hoe pijn werkelijk werkt.
Pijn voelt alsof hij rechtstreeks uit de pijnlijke plek komt, maar hij wordt daar niet gemaakt. Je pijnsysteem maakt hem: je lichaam stuurt signalen en je zenuwstelsel en brein wegen af hoe bedreigend die zijn. Pijn is dus de uitkomst van die afweging, geen rechtstreekse meting van schade. Bij nociplastische pijn valt die afweging te fel uit, terwijl er niets kapot is.
Het mechanisme daarachter heet centrale sensitisatie: je zenuwstelsel is pijnsignalen structureel gaan versterken, de pijndrempel is gedaald en je eigen pijnrem werkt minder goed. De signalen kloppen, alleen de versterking niet meer. Hoe dat precies werkt en, belangrijker, wat je eraan kunt doen, staat uitgelegd in het artikel over centrale sensitisatie. Nociplastische pijn is de naam voor de pijn die daaruit voortkomt.
Wil je uitgebreider stilstaan bij die vraag waarom onderzoek niets vindt terwijl je toch pijn houdt, dan gaat waarom de pijn blijft terwijl er niets kapot is daar dieper op in. En dat de pijn in je pijnsysteem ontstaat betekent uitdrukkelijk niet dat hij “tussen je oren” zit; waarom dat een misverstand is, lees je in pijn zit in het brein, niet tussen je oren.
Sinds wanneer is dit een officieel pijntype?
Mensen hadden deze pijn altijd al; nieuw is dat de wetenschap er een naam aan gaf. Lang waren er maar twee erkende soorten: pijn door schade en pijn door een beschadigde zenuw. Pijn die in geen van beide hokjes paste, viel buiten de boot en de mensen met die pijn vaak ook.
In 2016 stelden onderzoekers een derde categorie voor: pijn door een veranderde pijnverwerking zonder duidelijke schade of zenuwletsel.1 Een jaar later nam de internationale pijnorganisatie IASP de term over.1 In 2021 volgden klinische criteria, met fibromyalgie als kernvoorbeeld,2 en een groot overzichtsartikel in The Lancet plaatste fibromyalgie datzelfde jaar nadrukkelijk in deze categorie: pijn als aandoening op zichzelf, in plaats van als symptoom van iets anders.3 Sinds 2022 erkent ook de Wereldgezondheidsorganisatie fibromyalgie als een vorm van chronische primaire pijn.4 Twee internationale kaders, hetzelfde heldere punt: de pijn is echt en hoort in een eigen categorie thuis.

Figuur 2. Echte pijn, andere oorzaak, dus ook een andere aanpak. Nociplastische pijn is sinds enkele jaren officieel erkend.
Wat betekent dit voor jou?
Een naam en een categorie klinken als iets voor wetenschappers. Voor wie de pijn dagelijks voelt, verandert het verrassend veel, op drie manieren.
Het geeft erkenning, zwart op wit. Wie jarenlang het gevoel had te moeten bewijzen dat de klachten echt zijn, krijgt er een mechanisme, een naam en een wereldwijde erkenning voor terug. De pijn blijft even echt, maar de twijfel aan jezelf verdwijnt vaak.
Het zet ook een streep door “het zit tussen je oren”. Dat je pijnsysteem de pijn maakt, betekent dat het overgevoelig staat afgesteld en dat is iets heel anders dan inbeelding of aanstellerij. Je kunt het net zomin wegdenken als je met wilskracht je hartslag kunt vertragen.
En het wijst de weg naar een andere aanpak. Omdat de pijn uit de verwerking komt en niet uit kapot weefsel, doen gewone pijnstillers vaak weinig. De winst zit niet in het repareren van iets wat heel is, maar in het overgevoelige systeem rustiger leren afstellen. Dat is geen tweederangs route; het is de route die bij dit type pijn hoort.
Hoe krijg je een overgevoelig systeem rustiger?
Hier zit de hoopvolle kant. Een systeem dat anders is gaan werken, kan namelijk ook weer anders leren werken. Je zenuwstelsel werkt nog; het heeft alleen een patroon aangeleerd en aangeleerde patronen kun je bijstellen. Dat vermogen heet neuroplasticiteit. De aanpak richt zich daarom niet op je spieren of gewrichten, maar op het pijnsysteem dat de pijn maakt en versterkt.
Begrijpen hoe het werkt is daarbij zelf al een stap. Wie doorheeft dat de pijn een overgevoelige reactie is en geen teken van schade, gaat die pijn vaak minder bedreigend vinden en dat alleen al kan het catastroferen (rampgedachten over de pijn) verminderen en de eigen pijnrem versterken.5 Rustig en opbouwend bewegen helpt in dezelfde richting: niet om “sterk genoeg” te worden, maar om je zenuwstelsel te laten ervaren dat bewegen veilig is; de medische uitleg over chronische pijn onderschrijft dat in beweging blijven loont. En technieken die de rustkant van je zenuwstelsel aanspreken, zoals ontspanning, mindfulness en aandacht voor slaap en stress, dempen mee. Het bewijs daarvoor is bescheiden maar echt: elke stap is op zichzelf klein, samen schuiven ze de balans de goede kant op en veilig om te proberen zijn ze zeker.
Genezing kan niemand beloven en beloften daarover verdienen wantrouwen. Maar “ongeneeslijk” is een te zwaar woord. Veel mensen krijgen met de juiste aanpak minder pijn en meer grip en bij een deel nemen de klachten zo ver af dat ze het dagelijks leven veel minder belemmeren. Dat is geen belofte, wel een echte mogelijkheid. Welke aanpak echt onderbouwd is en wat je ervan mag verwachten, zet wat helpt echt tegen fibromyalgie op een rij.
Wil je je pijnsysteem leren kalmeren? Bij Praktijk Vincerò begeleid ik mensen met fibromyalgie die precies op dit punt vastlopen: de pijn heeft een naam, maar hoe krijg je dat overgevoelige systeem nu rustiger? Met pijneducatie, cognitieve gedragstherapie, ACT en mindfulness kijken we samen welke aanpak bij jou past, altijd naast de zorg van je huisarts of specialist. Plan een vrijblijvende kennismaking om te bespreken wat voor jou haalbaar is.
Wanneer eerst naar je huisarts?
Therapie vervangt geen medische zorg. Het onderscheid tussen de pijntypes en dus het uitsluiten van schade of een beschadigde zenuw, hoort bij je arts. Heb je nieuwe of veranderende klachten, ga dan eerst naar je huisarts of de betrokken specialist (reumatoloog, pijnpoli) en laat behandelbare oorzaken uitsluiten. Bij twijfel of alarmsignalen ligt het oordeel bij je arts. Begeleiding zoals die van Praktijk Vincerò komt naast die zorg, nooit in de plaats ervan.
Veelgestelde vragen
Is mijn pijn wel echt als artsen niets vinden?
Ja. Nociplastische pijn is officieel erkend als een echt pijntype. Dat scans en bloedonderzoek niets tonen, komt doordat zulk onderzoek is gemaakt om schade en ontstekingen te vinden; een overgevoelig afgesteld pijnsysteem blijft daarvoor onzichtbaar. De signalen zijn echt; de oorzaak ligt in de verwerking.
Wat is het verschil tussen nociplastische pijn en fibromyalgie?
Nociplastische pijn is de naam voor het type pijn; fibromyalgie is een aandoening waarbij dat type pijn de hoofdrol speelt. Fibromyalgie is het bekendste voorbeeld ervan. Andersom omvat nociplastische pijn meer dan fibromyalgie alleen, maar fibromyalgie is wel grotendeels nociplastische pijn.
Als de oorzaak in de verwerking zit, waarom werken pijnstillers dan vaak slecht?
Gewone pijnstillers grijpen aan op pijn door schade of ontsteking. Bij nociplastische pijn is er geen schade om te dempen; het pijnsysteem geeft zelf versterkte signalen af. Daarom doet zo’n middel vaak weinig en richt de aanpak zich op het kalmeren van het zenuwstelsel zelf.
En van hier?
Fibromyalgie is het schoolvoorbeeld van nociplastische pijn: pijn uit een overgevoelig afgesteld pijnsysteem in plaats van uit een kapot lichaamsdeel. Juist die afstelling maakt dat er iets te doen valt. De winst zit niet in harder pushen of de pijn wegdenken, maar in je systeem stap voor stap laten ervaren dat het rustiger kan. Dat vraagt een lange adem.
Klaar voor een volgende stap? Bij Praktijk Vincerò help ik mensen met fibromyalgie en chronische pijn om hun overgevoelige pijnsysteem rustiger te laten reageren, met hypnotherapie, cognitieve gedragstherapie, ACT en mindfulness, altijd complementair aan je huisarts en specialist. Wil je weten of dit bij jou past? Plan een vrijblijvende kennismaking, dan verkennen we samen een route die haalbaar voelt.
—
Bronnen
- Kosek, E., e.a. (2016). Pain, 157(7), 1382-1386.
- Kosek, E., e.a. (2021). Pain, 162(11), 2629-2634.
- Fitzcharles, M.A., e.a. (2021). The Lancet, 397(10289), 2098-2110.
- Treede, R.D., e.a. (2019). Pain, 160(1), 19-27.
- Van Oosterwijck, J., e.a. (2013). The Clinical Journal of Pain, 29(10), 873-882.

