De zoektocht naar dé pil die fibromyalgie rustig maakt, eindigt voor de meeste mensen in teleurstelling. Dat komt door de aard van de aandoening en het ligt niet aan jou of aan het ene merk dat je nog moet proberen. Medicijnen kunnen de pijn soms iets dempen, terwijl de aanpak die de kern raakt zit in wat je je zenuwstelsel kunt leren. Wat het onderzoek per middel laat zien en wat er naast en in overleg met je arts mogelijk is, staat hierna op een rij.
Deze tekst blijft algemeen en noemt geen doseringen; wat voor jou de juiste keuze is, bepaal je samen met je eigen arts. Begin, wissel, verlaag of stop een medicijn altijd in overleg met je huisarts, reumatoloog of apotheker en laat aanpassingen aan hen over. Ga langs je huisarts bij nieuwe of veranderende klachten en bij signalen die op iets anders kunnen wijzen, zoals gewrichtszwelling, koorts, onbedoeld gewichtsverlies of verlies van kracht of gevoel. Somberheid of gedachten om jezelf iets aan te doen horen ook bij je arts thuis.
Achter die teleurstelling zit een logische verklaring. Bij fibromyalgie is het weefsel gaaf en is er niets ontstoken; de pijn ontstaat doordat het pijnsysteem zelf te sterk is gaan werken. Een pil die op schade of ontsteking mikt, vindt hier dus weinig om op in te grijpen. Wie dat eenmaal snapt, begrijpt ook waarom de echte winst op een ander spoor ligt: in het rustiger leren maken van een overgevoelig zenuwstelsel.
Wil je meteen weten wat er náást je medicatie kan helpen? Bij Praktijk Vincerò begeleiden we mensen met fibromyalgie met een aanpak die op het zenuwstelsel inwerkt: pijneducatie, cognitieve gedragstherapie, ACT en mindfulness, als aanvulling op de zorg van je huisarts of reumatoloog.
Welke medicijnen worden bij fibromyalgie gebruikt?
Bij fibromyalgie grijpen artsen vooral naar middelen die op het zenuwstelsel inwerken. Drie daarvan zijn redelijk onderbouwd: duloxetine, milnacipran en pregabaline.1 Een vierde, amitriptyline, wordt veel voorgeschreven, al is het bewijs ervoor zwak.4 Gewone ontstekingsremmers en sterke pijnstillers raden de richtlijnen af.5 6 Elk van deze middelen helpt een minderheid en bij wie het aanslaat blijft de winst bescheiden.1
Dat vraagt om uitleg. Pijnstillers zijn gemaakt voor pijn door schade of ontsteking en fibromyalgie is een ánder soort pijn. Daarom loont het om eerst te kijken naar wat er in je lichaam gebeurt. Zodra dat helder is, vallen de losse feiten over al die middelen op hun plek.
Fibromyalgiepijn is een ander soort pijn
Om te snappen waarom een pil hier zo vaak tegenvalt, helpt het te weten dat pijn meerdere vormen kent. Onderzoekers onderscheiden er drie, elk met een eigen ontstaanswijze.
De eerste is pijn door schade: je stoot je knie, verzwikt je enkel of er is een ontsteking. Je weefsel geeft dan een signaal af dat er iets mis is. Dat heet nociceptieve pijn (pijn door schade of dreigende schade aan weefsel). De tweede ontstaat bij een beschadigde of beknelde zenuw die zelf een verkeerd signaal afgeeft: neuropathische pijn (pijn door zenuwschade).
Het derde type is minder bekend en vormt juist bij fibromyalgie de kern: nociplastische pijn (pijn die ontstaat doordat het pijnsysteem zelf anders is gaan werken, terwijl het weefsel gaaf blijft).7 Hier is de pijn even echt als bij een gebroken been, terwijl scans en bloedtests een gaaf lichaam laten zien. Het systeem dat pijn verwerkt, staat anders afgesteld. Fibromyalgie is daarvan het bekendste voorbeeld. Wil je dit verder uitgediept zien, lees dan door over nociplastische pijn en hoe dit derde pijntype werkt.
Dat onderscheid bepaalt of een medicijn ergens op aangrijpt. Een ontstekingsremmer is gemaakt om een ontsteking te dempen. Een paraplu helpt tegen regen, maar tegen kou heb je er weinig aan; zo mikt een ontstekingsremmer op iets wat bij fibromyalgie ontbreekt.

Figuur 1. Een gewone pijnstiller is gemaakt voor pijn door schade of ontsteking. Bij fibromyalgie ontstaat de pijn in het pijnsysteem zelf en daar grijpt een pil maar beperkt op aan.
Wat er in je zenuwstelsel gebeurt
Achter dat “anders afgesteld” zit een mechanisme met een naam: centrale sensitisatie (je centrale zenuwstelsel, dus hersenen en ruggenmerg, versterkt pijnsignalen structureel).8 Drie dingen spelen tegelijk. Je pijndrempel ligt lager, waardoor een prikkel die een ander amper voelt, bij jou al pijn doet. Prikkels die snel achter elkaar komen, stapelen op en blijven langer hangen. En je eigen pijnrem, het systeem dat pijn normaal dempt, werkt minder krachtig.8 Samen houden ze je pijnsysteem bijna voortdurend in de aan-stand.
Zo voel je pijn terwijl scans en bloedtests een gaaf lichaam tonen. De pijn is dus echt; alleen hoeft er geen schade te zijn om die signalen te maken. Voor veel mensen is dat een opluchting, want het verklaart eindelijk de kloof tussen wat ze voelen en wat de uitslagen tonen. Hoe een zenuwstelsel zo overgevoelig raakt, lees je verder in centrale sensitisatie.
Waarom pijnstillers hier weinig doen
Met dat beeld erbij worden de feiten over de bekende pijnstillers begrijpelijk.
Paracetamol en ontstekingsremmers werken op pijn door schade of ontsteking en juist die ontbreekt bij fibromyalgie. In onderzoek doen gewone ontstekingsremmers (de NSAID’s, zoals ibuprofen of naproxen) bij fibromyalgie evenveel als een nepmiddel.5 De Britse richtlijn voor langdurige pijn raadt paracetamol en ontstekingsremmers hier dan ook af, omdat de nadelen zwaarder wegen dan de magere winst.5 Bij een opvlieger of een bijkomende blessure kan zo’n middel soms iets doen; voor de fibromyalgiepijn zelf blijft de opbrengst klein.
Opioïden, de morfineachtige pijnstillers zoals tramadol of oxycodon, lijken een logische volgende stap: hoe sterker, hoe beter. Bij fibromyalgie pakt dat anders uit. Voor een werkzaam effect ontbreekt het bewijs en gebruikers scoren juist vaker slechter op pijn, functioneren en werk.6 Er speelt meer: het lichaam went aan opioïden en bij lang gebruik kan de pijn er gevoeliger van worden. Bij fibromyalgie is bovendien het eigen opioïdsysteem in de hersenen al minder goed bereikbaar, wat past bij de zwakke reactie op deze middelen.7 Alle richtlijnen raden sterke pijnstillers af en ook de Nederlandse Gezondheidsraad wijst tramadol expliciet af.9
Houd wat je gebruikt in overleg met je arts; soms heeft die een goede reden om iets voor te schrijven en aanpassen doe je samen. Als algemeen beeld geldt: van gewone pijnstillers valt bij fibromyalgie weinig te verwachten en bij opioïden wegen de risico’s zwaar. Dat de pillen weinig doen, betekent gelukkig dat er elders wél iets te halen valt.
Waarom een pil de aandoening hooguit dempt
Na de gewone pijnstillers is de stap naar de rest klein. Bij fibromyalgie valt er weinig te repareren: de pijn komt uit een zenuwstelsel dat signalen versterkt. Een middel kan die signalen hooguit iets afzwakken; de afstelling zelf herstelt het niet.
Daar komt bij dat de meeste mensen meerdere klachten tegelijk hebben: pijn, slecht slapen, vermoeidheid, een mistig hoofd. Eén pil dekt dat zelden allemaal. En wat het systeem juist rustiger maakt, opnieuw leren dat bewegen veilig is, beter slapen, anders omgaan met spanning en pijn, komt uit oefening en begeleiding. Dat is de aard van deze aandoening.
Dit verklaart waarom de richtlijnen medicatie als aanvulling zien in plaats van als basis. De Europese reumatologen (EULAR) geven beweging als enige aanpak een sterke aanbeveling en zetten medicatie lager, alleen als aanvulling bij ernstige pijn of slaapproblemen.3 De Nederlandse Gezondheidsraad adviseert om eerst in te zetten op voorlichting, uitleg over pijn, zelfmanagement en beweging.9
Wat het onderzoek per middel laat zien
Tijd om eerlijk per groep te kijken, zodat je weet wat realistisch is. Onderzoekers gebruiken daarvoor vaak het getal “1 op de 10”: van elke tien mensen die zo’n middel proberen, merkt er ongeveer één een duidelijke verbetering bovenop wat een nepmiddel al doet. De overige negen merken weinig of vooral bijwerkingen. Houd dat beeld erbij.

Figuur 2. Wat het onderzoek per medicijngroep laat zien. De winst is bescheiden en bij elk middel profiteert maar een minderheid duidelijk.
De drie best onderbouwde middelen
Deze drie hebben de beste papieren. Duloxetine en milnacipran komen uit de hoek van de antidepressiva; ze werken op stofjes die ook de pijnrem in je zenuwstelsel aansturen. Pregabaline dempt het overactieve doorgeven van prikkels. Een groot Cochrane-overzicht dat 21 eerdere overzichten samenvatte, vond juist voor deze drie een matig tot redelijk betrouwbaar bewijs voor zinvolle pijnvermindering.1
Hoe groot is die winst? Bij de antidepressiva onder hen kreeg ongeveer 31 op de 100 mensen de pijn minstens gehalveerd, tegen 21 op de 100 bij een nepmiddel.2 Die extra 1 op de 10 is echt en klein. Voor pregabaline ligt het in dezelfde orde, met duizeligheid, sufheid en gewichtstoename als veelgenoemde bijwerkingen.10 Bij wie het aanslaat, geeft zo’n middel soms net genoeg verlichting om beter te slapen of meer te bewegen. Bij de meesten blijft de winst te klein voor de bijwerkingen die erbij komen. Wat bij jou past, weeg je samen met je arts.
Deze drie hebben iets gemeen: ze sturen bij in het zenuwstelsel zelf, bij de stofjes die de pijnrem aandrijven of bij het te enthousiast doorgeven van prikkels. Daarom kunnen juist zij nog iets betekenen waar een gewone pijnstiller stilstaat. Tegelijk laat het zien hoe smal de marge is: zelfs een middel dat op de juiste plek ingrijpt, helpt maar een minderheid duidelijk.
Amitriptyline, veel voorgeschreven maar zwak onderbouwd
Amitriptyline is een ouder antidepressivum dat in lage dosering vaak als eerste wordt geprobeerd, vooral als slaap een probleem is. Hier wringt iets: het middel wordt veel gebruikt, terwijl het bewijs ervoor zwak is. Een Cochrane-overzicht oordeelde dat de studies klein en van lage kwaliteit zijn, met veel kans op vertekening, zodat de zekerheid erover heel laag blijft.4
Dat betekent dat een deel van de mensen er baat bij heeft, vaak bij de slaap, terwijl we minder goed weten hoe sterk en bij wie het echt helpt dan je bij zo’n veelgebruikt middel zou verwachten. Veel artsen kiezen het toch, omdat het goedkoop is, lang bestaat en bij sommige mensen de nacht draaglijker maakt. Een eerlijk beeld hoort erbij: een poging die bij een deel van de mensen iets doet en die tegelijk zwak is onderbouwd.
Ontstekingsremmers en opioïden, door de richtlijnen afgeraden
Dit beeld kwam al langs en het hoort in het rijtje thuis, want het is het stevigst onderbouwd. Gewone ontstekingsremmers doen bij fibromyalgie evenveel als een nepmiddel, want er valt geen ontsteking te dempen.5 Sterke pijnstillers, de opioïden, raden alle richtlijnen af: bewijs voor werking ontbreekt en gebruikers hebben vaker slechtere uitkomsten op pijn, functioneren en werk.6 De Britse richtlijn NICE raadt bij dit soort langdurige pijn paracetamol, ontstekingsremmers, opioïden en zelfs een deel van de zenuwpijnmiddelen expliciet af, omdat de nadelen zwaarder wegen dan de winst.5 Van deze groep valt weinig te verwachten en bij de opioïden wegen de risico’s zwaar.
Medicatie als aanvulling op een bredere aanpak
Zet de stukjes bij elkaar en het beeld wordt helder. Elk medicijn dempt hooguit; genezen doet geen enkel middel. De best onderbouwde middelen helpen een minderheid een beetje. En de aanpak die de kern raakt, een overgevoelig zenuwstelsel rustiger leren maken, komt uit oefening en begeleiding. Daarom zetten de richtlijnen de aanpak zonder medicijnen voorop, met medicatie als mogelijke aanvulling daarbovenop.3 9

Figuur 3. De richtlijnen zetten uitleg, beweging en begeleiding als basis voorop. Medicatie kan daar als aanvulling bovenop komen, in overleg met je arts.
Dat “voorop” is geen loze troostprijs. De basis zonder medicijnen is juist het best onderbouwd. Beweging is de enige aanpak met een sterke aanbeveling.3 Cognitieve gedragstherapie is op de psychologische as het sterkst onderbouwd en bleek even goed te werken als de aanbevolen medicatie, met minder bijwerkingen.11 Het kalmeren van het zenuwstelsel, beter leren slapen en anders omgaan met pijn en spanning grijpen precies aan op wat bij fibromyalgie ontregeld is.
Belangrijk: blijf je medicatie in overleg met je arts gebruiken. Voor een deel van de mensen is medicatie een zinvolle aanvulling, bijvoorbeeld als de pijn ’s nachts de slaap onmogelijk maakt of als somberheid de overhand krijgt. Het gaat om de volgorde en de samenwerking: medicatie is bij fibromyalgie iets wat je erbovenop legt, in gedeelde besluitvorming met je arts (je beslist mee, op basis van eerlijke uitleg over voor- en nadelen). Deze uitleg is een reden om samen te kijken naar wat je toevoegt, niet om zelf iets te stoppen.
Als medicatie weinig oplevert
Dan ben je nog lang niet uitbehandeld en dat is misschien wel de kern van dit stuk. Juist waar pillen ophouden, begint de aanpak die op het zenuwstelsel zelf inwerkt. Een groot overzicht van 224 onderzoeken vatte het eerlijk samen: veel behandelingen helpen iets en een echte doorbraak zit er bij geen enkele bij, terwijl de winst meestal onder de grens blijft van wat je als mens duidelijk merkt.12 Dat is nuchter en het betekent dat de keuze breder is dan “pil of niets”. De vraag wordt: wat kan ik combineren zodat ik samen meer overhoud?
Vier sporen passen bij nociplastische pijn en alle vier grijpen ze aan op het zenuwstelsel:
- Bewegen, rustig opgebouwd: de enige aanpak met een sterke aanbeveling in de Europese richtlijn.3 Het lijkt tegenstrijdig wanneer alles al zeer doet en tóch leert je lichaam stap voor stap dat bewegen veilig is.
- Snappen hoe je pijn werkt (pijneducatie): begrijpen dat je pijn een overgevoelig alarm is en geen teken van schade, haalt vaak een laag spanning weg. Bij fibromyalgie hangt zulke uitleg samen met minder catastroferende gedachten over de pijn.13
- Je zenuwstelsel kalmeren: leren omgaan met spanning, beter slapen en je lijf tot rust brengen werken in op het systeem dat bij fibromyalgie ontregeld is. Cognitieve gedragstherapie is hierin het best onderbouwd en werkte even goed als de aanbevolen medicatie, met minder bijwerkingen.11
- Soms een specifiek middel via je arts: een klein aantal middelen dat op het zenuwstelsel inwerkt, kan bij een deel van de mensen iets toevoegen. De winst blijft bescheiden en geldt voor een minderheid.
Wat precies helpt zonder medicijnen en hoe sterk het bewijs per onderdeel is, staat uitgebreid in wat helpt echt tegen fibromyalgie, eerlijk gewogen.
Bij Praktijk Vincerò begeleiden we precies dat stuk, naast en in overleg met je huisarts of reumatoloog. We beginnen met uitleg: hoe jouw zenuwstelsel werkt en waarom de pijn echt is, ook bij een gaaf lichaam. Daarna kijken we samen welke werkvorm bij je past, van hypnotherapie en mindfulness tot cognitieve gedragstherapie en ACT. Genezing beloven we niet: geen enkele behandeling kan dat waarmaken. Wel helpen we je zenuwstelsel kalmeren, zodat de pijn minder van je aandacht en energie opeist. Je bent welkom voor een vrijblijvende kennismaking bij Praktijk Vincerò om te ontdekken wat een eerste stap voor jou kan zijn.
Therapie en begeleiding komen naast de medische zorg, niet in de plaats ervan. Heb je nieuwe of veranderende klachten of twijfel je over je medicatie, ga dan langs je huisarts of reumatoloog.
Veelgestelde vragen
Welke medicijnen helpen het best bij fibromyalgie?
Voor drie middelen is het bewijs het sterkst: duloxetine, milnacipran en pregabaline.1 “Het best” is hier relatief, want ook bij deze middelen merkt maar ongeveer 1 op de 10 mensen een duidelijke verbetering en de winst is bescheiden.1 2 Amitriptyline wordt veel gebruikt, al is het bewijs ervoor zwak.4 Welk middel bij jouw situatie past, bepaal je samen met je arts.
Bestaat er een medicijn dat fibromyalgie geneest?
Nee. Tot nu toe dempt een medicijn hooguit de pijn; genezen doet geen enkele pil. Dat komt doordat de pijn uit een zenuwstelsel komt dat pijnsignalen versterkt, in plaats van uit beschadigd weefsel.7 8 Wel kun je je klachten verminderen en je leven leefbaarder maken met een bredere aanpak, waarin het kalmeren van je zenuwstelsel centraal staat.
Waarom helpen paracetamol en gewone pijnstillers weinig bij fibromyalgie?
Omdat ze gemaakt zijn voor pijn door schade of ontsteking en juist die ontbreekt bij fibromyalgie. Ontstekingsremmers doen in onderzoek evenveel als een nepmiddel en sterke pijnstillers (opioïden) raden de richtlijnen af, omdat werking uitblijft en de uitkomsten juist verslechteren.5 6 De pijn zit in de afstelling van het pijnsysteem en daar grijpen deze middelen amper op aan. Bespreek met je huisarts wat in jouw situatie zinvol is.
Als pillen weinig doen, ben ik dan uitbehandeld?
Zeker niet. Juist waar gewone pijnstillers ophouden, begint de aanpak die op het zenuwstelsel zelf inwerkt: rustig opgebouwd bewegen, uitleg over je pijn en psychologische begeleiding zoals cognitieve gedragstherapie, ACT of mindfulness.3 11 Geen wondermiddel, wel een aangrijpingspunt op de juiste plek. Wat je zonder medicijnen kunt doen, vormt de kern van de bredere aanpak bij fibromyalgie.
Bronnen
- Moore RA, et al. (2025). Effectiveness of pharmacological therapies for fibromyalgia syndrome in adults: an overview of Cochrane reviews. Rheumatology (Oxford).
- Welsch P, et al. (2018). Serotonin and noradrenaline reuptake inhibitors (SNRIs) for fibromyalgia. Cochrane Database of Systematic Reviews.
- Macfarlane GJ, et al. (2017). EULAR revised recommendations for the management of fibromyalgia. Annals of the Rheumatic Diseases.
- Moore RA, et al. (2019). Amitriptyline for fibromyalgia in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews.
- NICE (2021). Chronic pain (primary and secondary) in over 16s: assessment of all chronic pain and management of chronic primary pain (NG193). National Institute for Health and Care Excellence; Derry S, et al. (2017). Oral nonsteroidal anti-inflammatory drugs for fibromyalgia in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews.
- Gaskell H, et al. (2016). Oxycodone for pain in fibromyalgia in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews; Fitzcharles MA, et al. (2013). Opioid use in fibromyalgia is associated with negative health related measures in a prospective cohort study. Pain Research and Treatment.
- Fitzcharles MA, Cohen SP, Clauw DJ, et al. (2021). Nociplastic pain: towards an understanding of prevalent pain conditions. The Lancet; Harris RE, et al. (2007). Decreased central mu-opioid receptor availability in fibromyalgia. Journal of Neuroscience.
- Woolf CJ (2011). Central sensitization: implications for the diagnosis and treatment of pain. Pain; Clauw DJ (2014). Fibromyalgia: a clinical review. JAMA.
- Gezondheidsraad (2024). Advies Fibromyalgie (publicatienr. 2024/05). Den Haag: Gezondheidsraad.
- Derry S, et al. (2016). Pregabalin for pain in fibromyalgia in adults. Cochrane Database of Systematic Reviews.
- Bernardy K, et al. (2018). Efficacy, acceptability and safety of cognitive behavioural therapies in fibromyalgia syndrome: a systematic review and meta-analysis of randomized controlled trials. European Journal of Pain.
- Mascarenhas RO, et al. (2021). Association of therapies with reduced pain and improved quality of life in patients with fibromyalgia: a systematic review and meta-analysis. JAMA Internal Medicine.
- Van Oosterwijck J, et al. (2013). Pain physiology education improves health status and endogenous pain inhibition in fibromyalgia. The Clinical Journal of Pain.
Gepubliceerd op 29 juni 2026. Laatst bijgewerkt op 12 juli 2026.
Deze tekst is zorgvuldig samengesteld als algemene voorlichting over medicijnen bij fibromyalgie en kan onvolledig zijn; het is geen persoonlijk medisch of medicatieadvies. Overleg je medicatie en je klachten met je huisarts, reumatoloog of apotheker. Praktijk Vincerò aanvaardt geen aansprakelijkheid voor keuzes op basis van deze informatie.

